Help de oude kleuterleidsters gaan met pensioen! (45)

Toen en nu, je ontkomt er niet aan. Ria (bijna 40 jaar in het onderwijs werkzaam, waarvan ruim 26 jaar kleuteronderwijs) is één van die kleuterleidsters die vindt dat het vroeger écht beter was:

“Ik werk nu sinds 1985 in het kleuteronderwijs en vooral de laatste jaren merk ik, dat er veel waardevols van voorheen compleet wordt weggevaagd. De kleuters speelden de hele dag, zowel buiten als binnen. Ze speelden vooral in hoeken en waren vrij datgene te doen wat ze graag wilden. In de kring lazen we prentenboeken voor, boden versjes en liedjes aan en introduceerden ook nieuwe dingen om mee te spelen of te doen. Ze waren vooral met hun handen bezig met bouwen, vouwen, tekenen, prikken, verven, puzzelen, kleien, knippen, plakken etc. Aan het einde van het jaar was er de Nijmeegse schoolrijpheidstest die bepaalde of ze schoolrijp waren, d.w.z. naar groep 3 konden om het leesproces te volgen. De meesten lazen met de grote vakantie op een toenmalig AVI 4 niveau.

Hoe is het nu?

Van de kleuters die nu als 4-jarigen binnenkomen, valt op, dat ze soms niet eens weten hoe ze een schaar of een potlood moeten vasthouden. Ze hebben in de jaren daarvoor weinig met hun handen gewerkt en ze spelen dus ook bijna niet. Ze rennen liever rond en zijn niet in staat zich voor een wat langere tijd op een werkje te concentreren. Mijn bevindingen zijn, dat ze vaak als baby niet hebben gekropen, te lang in een Maxi Cosy hebben gezeten als baby en vooral, dat moeders in deze tijd zo druk zijn met hun werk, dat ze geen tijd meer hebben om met de kinderen te spelen. De kinderopvang zorgt verder ook niet voor veel bewegen; ook daar zitten ze vaak (eten, tekenen, gezamenlijk spel doen etc. ) en het is een verl20engde van school. Wij worden er echter toe gedwongen, om deze kinderen van meet af aan met letters en cijfers bezig te laten zijn. Het leesniveau in groep 3 is nu met de grote vakantie bij de meesten het huidige AVI 1 niveau. De kinderen worden twee maal per jaar getoetst om te zien aan welke normen ze niet beantwoorden. Door de inspectie worden we daar dan weer op afgerekend, want zijn die uitslagen percentsgewijs onder het landelijk niveau, dan kom je te boek staan als een “zwakke school”.

Dit geeft een hoop stress: steeds meer lesvoorbereiding, uitpluizen, waar en waarom een kind uitvalt. Steeds meer administratie. Ik vind dat je deze tijd beter zou kunnen besteden aan de kinderen.

Directies zijn tegenwoordig niet meer op de hoogte van het “oude” kleuteronderwijs. Zij denken dat het gemakkelijk kan, dat dezelfde regels worden toegepast als in groep 8: wij werken dus ook met een stoplicht (zorgt voor uitgestelde aandacht), een kleine kring, om extra instructie te geven, afwijking van het dagelijks ritme (je moet toch flexibel zijn?!) etc.

De PABO stagiaires komen tegenwoordig met 0% kennis van de kleuters stage lopen. Ze moeten een aardrijkskundeles geven, een biologieles etc. Dit alles zorgt ervoor, dat wanneer de ”echte” kleuterleidsters met pensioen gaan, de kennis over ontwikkeling bij kinderen verdwenen zal zijn. Kort en bondig wil ik afsluiten: LAAT DE KLEUTERS SPELEN, SPELEN EN NOG EENS SPELEN.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.