Reactie staatssecretaris Dekker op brief WSK

Op verzoek van de Vaste Kamercommissie OCW heeft staatssecretaris Dekker onder meer gereageerd op de brief van de WSK van 27 februari
(wegwijs.in/kleuteronderwijs/wp-content/uploads/2016/03/2016_02_27_brief-over-de-monitor-aan-kamercommissie-ocw.pdf).

Uiteraard komen wij (kerngroep WSK) spoedig met een reactie.

 

 

Brief staatssecreataris Dekker van 4 april 2016:

In het Ordedebat van uw Kamer op 1 maart jl. verzocht mevrouw Siderius mij om een brief over het onderwijs aan kleuters naar aanleiding van een uitzending van De Monitor. Tevens heeft u mij op 10 maart jl. gevraagd om te reageren op een brief van de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK). In die brief verzoekt de WSK een onderzoek te laten doen naar het beleid ten aanzien van kleuteronderwijs. Met deze brief reageer ik op uw beide verzoeken.

Klik hier om de brief in pdf verder te lezen

37 comments

  • Voordat ik een brief aan de commissie van OCW wilde schrijven dacht ik .Ik zal eerst die brief van Sander Dekker nog eens lezen. Kennelijk was ik toen ik hem voor het eerst las zo beïnvloed(positief) door de tekst op de eerste pagina en heb ik waarschijnlijk de rest van de brief niet meer zo aandachtig gelezen. Maar nu ik hem voor de tweede maal las zag ik tot mijn grote schrik dat hij bij BREED EN FLEXIBEL AANBOD zichzelf tegensprak door te stellen dat KLEUTERMETHODES zowel voor de kleuters in groep twee die eraan toe zijn om te starten met aanvankelijk lezen en spellen gebaat zijn bij de kleutermethodes evenals de kinderen van groep drie die nog behoefte hebben om spelend en ontdekkend te leren. Heeft u dit zelf bedacht Meneer Sander of heeft degene die de methode ontwikkeld heeft u dit ingefluisterd? Een kleuterjuf heeft geen methode nodig om kleuters die geïnteresseerd zijn in letters en lezen te begeleiden. En de Juf van groep drie die met een leesmethode werkt heeft ook geen behoefte aan een kleutermethode zij heeft misschien wat advies nodig van de kleuterjuf om de ontwikkelende geletterdheid te stimuleren. Voor deze beide groepen zijn methodes GEEN WAARDEVOL HULPMIDDEL. Waarschijnlijk zijn die kinderen in groep drie meer gebaat bij extra kleutertijd.
    Dan naar de HANDREIKING VOOR SOEPELER OVERGANG GROEP 2-3 het gedeelte waar hij spreekt over dat u ziet (?) dat veel basisscholen minder vloeiende overgangen hebben. Ze worstelen met de schoolsheid van het kleuteronderwijs (ja dit zijn die basisscholen waar de kleuterjuffen gedwongen worden met methodes te werken!) of kiezen voor verlengd kleuteren als kinderen zich op onderdelen minder snel ontwikkelen(waar haalt u het vandaan ?) Op de laatste pagina MISVATTINGEN OVER TOEZICHT OP KLEUTERONDERWIJS. Bij scholen en leerkrachten leven misverstanden over het inspectietoezicht. Ze belemmeren ons bij het goed vormgeven van onderwijs aan kleuters. De inspectie schrijft geen toetsen voor in het kleuteronderwijs.Ook verplicht de inspectie de scholen niet tot werken met methodes in het kleuteronderwijs!!(wat te denken van een staatssecretaris die bij het stukje over breed en flexibel aanbod kleutermethodes als waardevol hulpmiddel aanprijst ?)De inspectie gaat wel na of de school aan kleuters een voldoende breed onderwijsaanbod biedt, breder dan alleen beginnend geletterdheid en gecijferdheid ,en of er in voldoende mate sprake is van een doorlopende leerlijn tussen groep 1 en 2 en groep drie.
    Tja meneer Sander u begon uw brief met uw visie op het kleuteronderwijs en ik moet zeggen dat stemde mij positief en op de eerste pagina dacht ik nou dat valt alles mee. Helaas op de tweede pagina sprak u zichzelf tegen. En ook bij het stukje over de inspectie was niet in overeenstemming met uw mening van een breed en flexibel aanbod.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *