Kleuters hebben recht op onderwijs dat bij hen past.

Ik herken mij volledig in de inhoud van de brief van de Werkgroep en ik spreek de hoop uit dat de Kamerleden eindelijk zullen concluderen dat de kleuter géén schoolkind is!
Als kleuterjuf ben ik het zat!
Ik maak mij grote zorgen over het onderwijs aan kleuters.
Ik kom in opstand tegen cito- toetsen, handelingsplannen, methodes en protocollen, tegen de toenemende prestatiedruk die op kleuters wordt gelegd.
Er is heel veel verloren gegaan van het onderwijs aan kleuters: Alleen de cognitieve ontwikkeling telt nu nog.
De test-en prestatiedruk die het onderwijs in z’n greep heeft, met angstige ouders en bange leerkrachten, is behalve verschrikkelijk ook intellectueel contraproductief!

Kleuters hebben het recht om kleuter te zijn!

Het is zorgwekkend dat:

  • Het overheidsbeleid de psychologische ontwikkeling van het jonge kind ontkent of negeert. Onderwijs moet juist gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten in het algemeen en op ontwikkelingspsychologische inzichten in het bijzonder. Er kan geen waarde worden gehecht aan uitkomsten van trainingsonderzoek dat de psychologische structuur van het kind niet meeneemt.
  • Het overheidsbeleid tests bevordert. Hier komt namelijk slechts uit hoeveel procent het kind afwijkt van een gemiddelde. Hiertegenover staan proeven die bepalen of een kind ergens aan toe is of met een steekproef uit de stof in hoeverre een rijp kind heeft geleerd.

De ontwikkeling van kleuters laat zich niet vangen in een test. Deze verloopt sprongsgewijs.

Pabo studenten veel te weinig bagage meekrijgen op het gebied van het jonge kind. Ze weten nauwelijks iets af van kleuteronderwijs. Dat is n.l. een vak apart!

  • De grootste druk op cognitieve prestaties afkomstig is van de inspectie. En daar kunnen scholen niet omheen.

Jonge kinderen zijn en leren anders dan kinderen in vanaf een jaar of 6,7. Kinderen moeten in staat gesteld worden een stevige leerbasis te ontwikkelen. Academische vaardigheden, zoals lezen, rekenen en schrijven kunnen alleen vanuit die leerbasis groeien. De leerbasis wordt gevormd door het zelfvertrouwen dat een kind in zichzelf kan ontwikkelen. Daar moeten de eerste 6 jaren voor worden gebruikt. Spelen en voorlezen zijn de belangrijkste bronnen om die leerbasis te ontwikkelen.
Het belangrijkste doel voor jonge kinderen is spelenderwijs grip krijgen op de grote mensenwereld. Dat doen ze door te spelen en vragen te stellen. Niet door een methode te volgen.

De trend om zo snel mogelijk “eruit halen wat erin zit”, heeft een zorgwekkende keerzijde.
Prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer is orthopedagoog en spraakpatholoog. Zij werkte 35 jaar in het Universitair Medisch Centrum Groningen op de afdeling KNO/Communicatieve stoornissen bij kinderen.
Als behandelaar heeft zij de afgelopen jaren een explosieve toename gezien van het aantal vermeende probleemkinderen.  Met zeker een derde van de kinderen is niets mis. Toch vallen ze uit. Dat komt doordat het onderwijs een meetlat hanteert  die zó kort geworden is dat ieder kind dat erbuiten valt òf hoogbegaafd is òf een ontwikkelingsstoornis heeft.
Het gaat dus in negen van de tien keer om normale kinderen, die zich simpelweg niet in het door de onderwijsmethode voorgeschreven tempo ontwikkelen.

Is er straks nog wel iemand om, als de laatste Klosser met pensioen gaat, het onderwijs aan kleuters op een goede manier over te nemen?
Wij zijn een uitstervend ras. En dat is heel slecht voor het kleuteronderwijs. Want daar ligt de basis van de schoolcarrière!

Ik hoop van harte dat er een grondig onderzoek gestart gaat worden naar het beleid ten aanzien van het kleuteronderwijs!

Kleuters hebben recht op onderwijs dat bij hen past. Op goed onderwijs dat de basis legt voor de toekomst.

Mathilde

 

 

 

182 comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *