Zwartboek – Verhaal 11

Soms kan verschil van mening over het onderwijs aan kleuters resulteren in een mogelijk arbeidsconflict. 
Jeanine is 58 jaar, heeft de KLOS gevolgd en 30 jaar ervaring met kleuters. Momenteel zit ze in een coachingstraject en moet ze zich conformeren aan de eisen van haar school/bestuur. Zelf zou ze het liefst met de school bekijken hoeveel ruimte er is binnen het nieuwe systeem om haar kwaliteiten blijvend te kunnen inzetten voor de kinderen. In een brief aan haar werkgever beschrijft zij haar motivatie:

“Door mijn progressieve en zeer hoog aangeschreven KLOSopleiding, en mijn jarenlange ervaring in het kleuteronderwijs heb ik me, zoals telkens weer blijkt, veel zaken eigen gemaakt die tegenwoordig soms onder andere labels worden aangeboden maar de kern raken van ons vak. Uit de diverse beschikbare verslagen van functioneringsgesprekken blijkt dat ik gewoon een heel goede kleuterjuf ben. Omdat mijn handelen vanuit ’t diepst van mijn wezen komt ben ik dat ook: ik werk met hart en ziel, of, zoals dat tegenwoordig geformuleerd wordt, ik sta volledig in mijn kracht en zet daarmee iets substantieels neer. Omdat ik mezelf, op eigen initiatief, permanent bijschool, – door het lezen van vakliteratuur over kinderspychologie en –pedagogie, en het bijwonen van lezingen en het daaraan gekoppeld voeren van discussie-, ben ik goed op de hoogte van wat kinderen tussen 2 en 6 jaar wel en niet kunnen bevatten. Daardoor heb ik inderdaad vaak moeite met de tegenwoordig gehanteerde systemen in het onderwijs. In feite beogen die systemen kinderen die daar aantoonbaar nog niet aan toe zijn in een voorschools programma zaken bij te brengen, als het leren van letters, en rekenen, waar ze nog niet aan toe zijn. De befaamde ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet heeft vastgesteld dat kinderen in de kleuterleeftijd er 350 uur over doen om 16 letters te leren, terwijl ze diezelfde letters in groep 3 in 40 uur onder de knie hebben.
Als kinderen waar ik mee werk vervolgens getoetst worden op die aan te leren vaardigheden, leidt dat makkelijk tot frustraties, ook bij de ouders. En dus ook een vertekend beeld van het kind. Dat is meer dan jammer, want zo wordt het plezier in het leren afgeremd, zelfs als dat spelenderwijs gaat. En bij spelen, zo weet ik uit ruim 30 jaar ervaring, is het van cruciaal belang dat er vrij gespeeld kan worden. Zo beklijft wat hun wordt aangereikt, ook al is dat voor elk kind anders door de individuele ontwikkeling van het brein.
Uiteindelijk blijkt telkens weer dat ze bij de overgang naar groep 3 allemaal toch ongeveer op de goede trede van de trap staan.

Als ik dat zo zeg zou u wellicht kunnen lezen dat ik elke verandering afwijs. Dat is niet waar, ook al vind ik het heel spijtig dat elk kind vrijwel permanent getoetst, geobserveerd en gelabeld moet worden.”

 

2 comments

  • Joop

    Ook van mij een hartt onder de riem! Waarom moeten kleuters, die qua ontwikkeling daar niet aan tie zijn, klaargestoomd worden voor groep 3 op een manier die niet des kleuters is? Uiteindelijk is de uitstroom naar het VO gelijk aan 30 jaar terug, moet de jongste generatie waarschijnlijk doorwerken tot hun 70e of nog ouder en zien wij gefrustreerde kinderen met steeds meer compleze problematieken!!

  • Lia

    Hier sluit ik mij geheel bij aan.
    Mijn situatie is vergelijkbaar met die van jou. Bijna even oud,ook KLOS-ser en niet meer ïnspectieproof.
    Inderdaad met hart en ziel “spelen en werken” met kleuters.En vooral dat spelen mag steeds minder…Opbrengst gericht werken….
    Met pijn in het hart afscheid nemen van de klas en nu op voor “een nieuwe uitdaging”
    Ben zo blij dat ik van anderen lees dat ik niet een “ouderwetse” juf ben maar gewoon goed kleuteronderwijs nastreef…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *