Leerkrachtvolgsysteem in plaats van Leerlingvolgsysteem

Wat als we het om gaan draaien?

We moeten tenslotte wat en het lijkt erop dat alle andere maatregelen (SoVa training, faalangsttraining, Vreedzame school, kanjertraining) misschien wel zorgt dat het niet verder escaleert, maar pakt het daadwerkelijk ook de bron aan? Of moeten we hier steeds meer van gaan inzetten?

Bovenaan heeft iedere school veiligheid staan, gevolgd door zelfvertrouwen, eigenheid (je mag zijn wie je bent). Maar hoe veilig is de school, en hoeveel zelfvertrouwen heeft ieder kind en mag dat eigenlijk wel…, zijn wie je bent?
In hoeverre zijn we nu echt trouw aan de woorden die we eraan geven?
Lukt dit in een systeem waarbij je voortdurend tegen een meetlat wordt gehouden, d.m.v. Kijkregistraties/observaties, methode gebonden toetsen, Cito-toetsen, cijferlijsten, jaarklassensystemen. Wat doet al die prestatiedruk met ons? Hoe komt het toch dat er zoveel mensen last hebben van hun perfectionisme? Mensen steeds jonger een burn-out krijgen, of depressief worden?

Zelf ervaar ik veel druk bij het feit dat ik iedere kleuter op 223 punten moet beoordelen in twee jaar tijd, volgens de Kijkobservatie. Al deze meetpunten zijn gebaseerd op gemiddelden, op wat een kind gemiddeld moet kennen en kunnen op een bepaalde leeftijd. Voor mij als leerkracht betekent dit dat ik ruim 3000 scores maak bij een klas van 30 leerlingen in één jaar tijd met dien te verstande dat ik iedere meting ook drie keer per kind heb waargenomen.

Het gevoel van onmacht dat dit me geeft heeft enerzijds met de kinderen te maken, kinderen voelen feilloos aan als ze op iets worden beoordeeld, ook al geef je veel complimenten en doe je het zoveel mogelijk buiten hun gezichtsveld om en anderzijds met mezelf. Het geeft me gewoon geen voldoening om al die meetlijstjes in te vullen. Het haalt me uit mijn creativiteit, het gaat ten koste van een andere focus, n.l. zorgen voor een ontspannen, inspirerende leeromgeving waarbij het kind en welbevinden centraal staat.
In hoeverre stralen wij vertrouwen uit naar kinderen als wij ze constant onder een vergrootglas houden? En is het niet zo dat als wij zorgen voor uitstekende, inspirerende, motiverende leervoorwaarden dat leerlingen spelenderwijs leren, omdat ieder kind van nature leren leuk vindt?

Is het dan niet handiger om een leerkrachtvolgsysteem te gaan hanteren i.p.v. een leerlingvolgsysteem? In een leerkrachtvolgsysteem staan ook de kerndoelen overzichtelijk voor leerlingen, want als leerkracht heb je gewoon houvast nodig en overzicht zodat je weet wat, wanneer en waarom je iets doet.

In een leerkrachtvolgsysteem richt je je op de eerste plaats naar jezelf, naar de voorwaarden die je neerzet om leerlingen iets te leren. Het is een zelfreflectiemodel die je inzet juist om alle kinderen goed te zien. Je reflecteert iedere dag of de leerlingen hebben kunnen voldoen aan de leervoorwaarden die nodig zijn om tot leren te komen, dat zijn motivatie, luisterhouding, concentratie, rust. Ga je na bij wie, op welk moment en wat er mogelijk aan ontbrak en wat je hier zelf aan had kunnen doen. Behalve dat reflecteer je op de leerinhoud, op je voorbereiding en manier van overbrengen.

Het is een registratiesysteem waarbij je niet meer ieder kind een cijfer geeft, maar de uitblinkers noteert: zij hebben misschien meer uitdaging/verdieping nodig. En de uitvallers noteert: zij hebben misschien meer hulp, herhaling, extra ondersteuning nodig. Kinderen waar niets mee aan de hand is zijn voor jou ook zichtbaar, ook al staat daar niets van op papier. Het feit dat er niets staat betekend dat het goed met ze gaat.

Als de bureaucratie minder, overzichtelijker wordt en met een duidelijk doel waarom je het doet en voor wie, dan geeft dat meer ruimte in ons hoofd en zien we meer. Het houdt je objectiever en stelt minder gauw overhaaste conclusies. We hebben nu te snel de neiging ons te laten leiden door wat een voorganger over het kind al op papier heeft gezet, kinderen worden daarmee te snel in een hokje geplaatst (verlegen i.p.v. doortastend, druk i.p.v. enthousiast enz.) Vaak omdat we zelf te weinig tijd hebben om goed te kijken, nemen we voor waar aan wat er al op papier staat.

Als onze houding nieuwsgierig en open mag zijn, ipv controlerend, dan kunnen we ook steeds meer onderwijs vanuit de kinderen laten komen, dan springen we in op de inbreng vanuit de kinderen en maken daar mooi taal- reken-, burgerschap onderwijs van.

Als we meer uitgaan van een leerkrachtvolgsysteem die vooral voorwaarde scheppend en zelf reflecterend bezig is, dan gaan we al veel meer uit vanuit vertrouwen dat kinderen het kunnen en vanzelf zullen volgen, want vertrouwen is het allersterkste hulpmiddel dat ons ter beschikking staat om te ontwikkelen.

Als we nu eens op onszelf vertrouwen dat we dit gewoon kunnen en dat een positieve sfeer, geluk, saamhorigheid, empatisch vermogen ook meetinstrumenten zijn om tot leren te komen. Dan geven we dit mee als de kinderen van de basisschool af komen, en hoeft er niet voor ieder kind een dossier mee, om de doodeenvoudige reden dat er zonder dossier ook prima met deze kinderen gewerkt kan worden.

Dan zet je alleen iets op papier voor de kinderen die dat nodig hebben en daarom zinvol is. Een ‘gebruiksaanwijzing’ bij de kinderen waarbij begrip en vertrouwen geen vanzelfsprekendheid zijn omdat ze ‘anders’ zijn of meer nodig hebben.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.