Kleuters op naar de 21e eeuw

Op de Bildungsscheurkalender 2019 stond de volgende uitspraak van Konrad Adenauer (1876-1967):

Wij leven onder dezelfde hemel, maar we hebben niet allemaal dezelfde horizon. Rust en geduld zijn nodig om de vaak vluchtige informatie die tot ons komt te verdiepen en te borgen.

Deze uitspraak is belangrijk wanneer we nadenken over de onderwijsvernieuwingen die zich steeds weer voordoen. Op dit moment moet het curriculum zich bezig houden met 21e eeuwse vaardigheden. Op verzoek van de Werk-/Steungroep kleuteronderwijs (WSK) heb ik mij over deze vaardigheden gebogen. Deze betreffen:

Kritisch denken, creatief denken, probleem oplossen, zelfregulering, sociale en culturele vaardigheden, samenwerken, communiceren, media wijsheid, ict basisvaardigheden, informatie vaardigheden en computational thinking.

De werkgroep WSK wil een ontmoetingsplaats zijn voor leerkrachten en andere betrokkenen bij het kleuteronderwijs, die zich zorgen maken over de huidige vorm van onderwijs, waarin de kleuters moeten voldoen aan normen en vaardigheden, die niet bij hun actuele maar bij een latere ontwikkelingsfase horen, met name op het gebied van overwegend cognitieve prestaties.

De leden van de werkgroep willen zich sterk maken voor de erkenning van kleutergericht kleuteronderwijs. Zij willen bevorderen dat de kleuterperiode opnieuw als aparte ontwikkelingsfase een plaats krijgt binnen het Nederlandse onderwijsbeleid.

De werkgroep wil de opmars van onderwijsmethoden, programma’s en toetsen waarin van kleuters slechts cognitieve prestaties worden verwacht een halt toeroepen en daarnaast ontwikkelingen ondersteunen die leiden tot kleuteronderwijs waarin waarde wordt gehecht aan de brede persoonlijke ontwikkeling van het jonge kind, sensomotorisch, sociaal, emotioneel en cognitief.

Kortom, hoe moet de werkgroep aankijken en omgaan met deze 21e eeuwse vaardigheden. Welke verdiepen en borgen we. En vooral ook: hoe nieuw is dit alles.
Sociale en culturele vaardigheden is iets wat alle kinderen leren. De opvoeder hanteert daarbij een duidelijke structuur: zo doen we dat, dat mag wel en dat mag niet. Door de begeleiding van de opvoeder met : ‘ja, ‘nee’, goed zo’’ groeien kinderen op in onze samenleving met de daarbij behorende waarden en normen. In het imitatiespel spelen kleuters dit uit en ontwikkelen ze dit verder. Ruimte voor spelontwikkeling is hierbij van belang.

Communiceren. Ook dit is iets wat jonge kinderen bijna vanzelfsprekend leren wanneer opvoeders met ze praten, voorlezen, zingen en dagelijkse gebeurtenissen en ervaringen uitleggen of becommentariëren. Ook in het vrije spel met andere kinderen wordt de communicatie geoefend. Bij gezamenlijk spel vindt altijd overleg plaats van hoe iets vorm moet krijgen of uitgespeeld moet worden: ’ Toen was jij de koning en ik de koningin’. Naast praten, uitleggen en voorlezen is het gezamenlijke spel in de kleutergroepen dus weer van groot belang. Het vrije spel leidt niet alleen tot samenwerken, maar ook tot creatief denken en probleem oplossen. Weer twee 21e eeuwse vaardigheden.

Kritisch denken komt bij kinderen tot stand in gesprekjes waarbij vragen worden gesteld bij veronderstellingen. De wie, wat en waarom vragen zijn hierbij belangrijk. Ook dat gebeurt in kleutergroepen. Kinderen stellen vragen als: Waarom is dit dichtbij en dat verder weg?, Wat doen olifanten allemaal?, Waarom loopt de trein aan deze kant van de weg?, Wat zijn hersens?

Zelfregulering: Zelfregulering is het vermogen om een taak of proces doelgericht te kunnen voltooien en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen handelen. Kleuters moeten zich dus leren zich te concentreren. In de afwisseling tussen vrij spel en het uitvoeren van taakjes in de kleutergroepen wordt dit door kinderen geleerd. Het is mooi als het kind zich aan het eind van groep 2 zich 15 tot 20 minuten op een taakje kan concentreren.

Media wijsheid, ict basisvaardigheden, informatie vaardigheden en computational thinking horen niet in de kleutergroepen thuis. Voor kleuters is er slechts een kleine rol voor het virtuele milieu. Zij moeten nog leren van eigen mogelijkheden en beperkingen in de driedimensionale wereld.

En wat ontbreekt in dit geheel? Bewegen!. De aandacht voor en de noodzaak van de motorische ontwikkeling. De ontwikkeling van de grove en fijne motoriek wordt bij de 21e eeuwse vaardigheden niet genoemd! In het motorische spel van klauteren, klimmen, rennen ontdekken kinderen afstanden, snelheden, hoogtes etc. Als voorbereiding op rekenen is dit van groot belang. Bovendien is het motorische spel belangrijk om energie kwijt te raken! Jongens hebben hier nog een grotere behoefte aan dan meisjes.
Wanneer we ons dus verdiepen in de 21e eeuwse vaardigheden die we kleuters moeten “leren”, is er al veel dat vanzelfsprekend op gang komt en in de kleutergroepen ook volop aandacht krijgt. Een grote omissie is het dat er geen aandacht is voor de motorische ontwikkeling. En met betrekking tot de mediawijsheid moeten we nog maar wat afwachtend zijn. Dat komt vanaf groep 3.

Adenauer had gelijk: rustig analyseren daarna pas toepassen.

Prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer

Een reactie

  • Marianne

    Geweldig! Ik word heel vrolijk, als ik dit allemaal lees. Het begint weer te kriebelen. Jammer dat ik al met pensioen ben. Maar ik blijf alles in de gaten houden. Nu is het in ieder geval voor de toekomst van mijn kleinkinderen. 6 en 0 jaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *