Je hebt echt geen toetsen nodig om te achterhalen of

jonge kinderen rijp zijn voor het werken van en op het platte vlak.

Iedereen weet dat leren met het hoofd, alles te maken heeft met leren met het lichaam. De ontwikkeling van het lichaam en het brein gaan namelijk gelijk op. Deze samenwerking is nodig voor een goede informatie-uitwisseling tussen alle zintuigen onderling en tussen links en rechts, in coördinatie met het brein. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan de oog-handcoördinatie in verband met het lezen en schrijven.
Een duidelijk voorbeeld van links-rechtscoördinatie binnen de psychomotorische ontwikkeling kunnen we zien bij het kruipen van een baby.

Op het moment dat kinderen ‘er de leeftijd voor hebben’ om te gaan lezen, zien we echter dat dat proces niet altijd als vanzelf verloopt en dat er dan – opvallend genoeg – ook blokkades in het bewegingspatroon zijn. Het is belangrijk dat er op dat moment eerst en vooral aandacht besteed wordt aan fysieke beweging, al of niet in de vorm van (meer) vrij spel of specifieke coördinatie-oefeningen. De grove motoriek ontwikkelt zich namelijk het eerst vanuit het centrum van het lichaam en pas daarna gaat de energie steeds meer naar de uiteinden van het lichaam zoals de armen en benen en naar de kleine spiertjes in de zintuigen, zoals de ogen, de oren en de tastzin. Die kleine spiertjes zijn nodig bij het leren lezen en schrijven. Kinderen kunnen hun hele verdere schoolcarrière last krijgen van leerproblemen als er te vroeg eisen worden gesteld die boven hun vermogen van dat moment liggen. Daarom is het zo belangrijk die signalen van onvermogen tijdig te herkennen om kleuters alle tijd te kunnen geven om in de drie dimensies te rijpen alvorens wij hen de overstap laten maken naar de twee dimensies van het platte vlak. Het is van belang dat de leerkracht deze kennis meeneemt in haar overweging of het kind klaar is om door te stromen naar groep 3.
Jongens ontwikkelen zich langzamer dan meisjes (denk maar eens aan de manier waarop zij touwtje springen). Vandaar dat het aantal jongens in het speciaal onderwijs groter is dan het aantal meisjes, aangezien kleuters steeds vroeger worden doorgestuurd naar groep 3. Als het onderwijs aan kleuters echt passend gaat worden, hoeft de hierboven genoemde oorzaak geen invloed meer te hebben op de verhouding tussen jongens en meisjes met leerproblemen. Mannen zijn in principe niet minder intelligent dan vrouwen, toch?

Welke signalen illustreren dat jonge kinderen zich nog middenin hun 3D-ontwikkeling bevinden?

Voorbeelden:

  • ze bewegen zich ‘klunzig’, houterig,
  • lopen overal tegenaan (botsen),
  • kunnen zich binnen en/of buiten slecht oriënteren,
  • kunnen nog niet goed fietsen, huppelen, kopje duikelen, touwtje springen, rennen, hinkelen,
  • weten nog niet het verschil tussen links en rechts,
  • schrijven van rechts naar links,
  • zijn niet in staat het verschil tussen een b en een d te onderscheiden,
  • gebruiken een klein stukje van de bladspiegel,
  • pakken hun potlood of gereedschap bij het oversteken van de middenlijn over in de andere hand, kunnen de duim nog niet tegenover de andere vingers plaatsen en hebben daardoor een slechte pengreep,
  • kunnen niet recht op hun stoel zitten (onderuitgezakt, één been onder billen),
  • knijpen één oog dicht bij activiteiten op het platte vlak,
  • kunnen geen lichaamsdeel onafhankelijk bewegen, zoals een bal in een emmer gooien zonder dat de andere arm meebeweegt,
  • kunnen niet tekenen vanuit de vingers maar bewegen de hele arm omdat de beweging vanuit de schouder komt.

We hoeven bij het optreden van dergelijke blokkades pas in actie te komen op het moment dat kinderen de leeftijd hebben waarop zij rijp zouden moeten zijn voor het platte vlak en niet mee kunnen komen binnen het onderwijsaanbod van dat moment. Voor die tijd hoeven we hen alleen te faciliteren in het ontwikkelen van al hun voorwaardenscheppende kwaliteiten op dit vlak, door hen veel te laten bewegen in de ruimte en alle zintuigen op 3D-niveau te activeren. Wanneer we het proces forceren door te vroeg eisen te gaan stellen op 2D-niveau, kan dat negatieve gevolgen hebben voor hun verdere ontwikkeling en kunnen leer- en (dientengevolge) gedragsproblemen ontstaan.

Voor kinderen die hardnekkige blokkades vertonen in de onderlinge coördinatie tussen brein en lichaam, bestaat er een programma met oefeningen die speciaal gericht zijn op de verschillende leeractiviteiten, zoals onder andere het lezen en schrijven. In de BrainGym-opleiding worden niet alleen 26 oefeningen aangeleerd, maar worden de effecten ervan door de studenten zelf ervaren. Daarnaast komt de theorie over de coördinatie tussen lichaam en brein uitgebreid aan bod. Intern onderzoek heeft aangetoond dat zelfs leerlingen met dyslexie door het inzetten van deze oefeningen stagnaties in het aanvankelijk leesproces konden overwinnen. Zie www.braingym.nl voor nadere informatie over onderzoek en cursussen.

Elly Dienske
Hurwenen,
juni 2016

Een reactie

  • Ik vind het heel goed dat er vanuit het kleuteronderwijs wordt geijverd om de kleuter ook vooral kleuter te laten zijn.
    Dat laat onverlet dat er ten aanzien van de motorische ontwikkeling geen pertinente onjuistheden moeten worden vermeld. Ik zal er 2 aanstippen.
    In dit artikel wordt vermeld dat de grove motoriek zich ontwikkeld vanuit het centrum van het lichaam en pas later (de energie?) naar de ogen en andere kleine spiertjes, en ook, heel bijzonder, naar de oren en de tastzin gaat. Dit laatste is echt flauwekul, maar het op een hoop gooien van de fijnmotorische ontwikkeling en de grofmotorische ontwikkeling is echt onjuist. Deze gedachte stamt uit de jaren 50 tot ongeveer 70, en is al geruime tijd, zo blijkt uit onderzoek naar de ontwikkeling van het brein, onjuist gebleken. Fijne en grove motoriek ontwikkelen zich gelijktijdig bij kinderen, beide wel in hun eigen tempo dat van kind tot kind verschilt. Zoals dat ook gaat met andere aspecten van ontwikkeling, zoals taal en sociaal-emotionele ontwikkeling.
    Een ander heel hardnekkig fenomeen is de relatie die wordt gelegd tussen motoriek en de links-rechtsontwikkeling. De werkelijkheid is een stuk complexer dan hier wordt vermeld. Wanneer er sprake is van een vertraagde (motorische) ontwikkeling kan die niet alleen worden toegeschreven aan een zwakke links rechts verbinding (corpus callosum o.a.) maar zwakkere verbindingen in het brein in het algemeen tussen vele gebieden in het brein met specifieke functies. Dit links-rechtsverhaal stamt ook uit de jaren 60-70 en steekt steeds weer de kop op, ook onder collega’s van mij.
    Lees dit er maar eens op na: http://onderwijskunde.blogspot.nl/2012/10/onderwijsmythes-op-leraar24nl.html
    Bijzonder kwalijk vind ik de suggestie dat met ‘braingym’ blokkades kunnen worden weggenomen en dyslexie kan worden verholpen (http://skepsis.nl/braingym/). Zo staan er nog meer hele en of halve waarheden in, worden er relaties gelegd die er niet zijn of zaken eenvoudiger voorgesteld dan ze zijn. Ik zou zeggen, schoenmaker hou je bij je leest, doe die dingen waar je goed in bent en dat is goed onderwijs bieden aan kleuters.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *