Bouw!: een leesprogramma met haken en ogen, passage 4

Bouw! legt enige nadruk op leestempo.

 

De WSK daarentegen stelt:

Leestempo dient niet uitdrukkelijk aan bod te komen want komt bij voldoende lezen vanzelf.

 

Zoiets als ‘gewenst tempo’ bestaat niet. Leestempo is net als spreektempo een persoonlijkheidsfactor. Hoofdzaak is of het kind uiteindelijk begrijpt wat het leest: liever een kind langzaam begrijpend leest dan een kind dat snel klakkeloos leest.

 

Onmiddellijk of geautomatiseerd lezen ontstaat vanzelf uit het hakkende-en-plakkende lezen, als het kind maar voldoende gelegenheid krijgt en neemt om te lezen.

 

recht gedrukt: tekst van Bouw!

      schuin gedrukt en ingesprongen: de reactie van de kerngroep van de WSK

In Bouw! kies je bij woordentoetsen tussen twee flitstijden. Welke moet ik kiezen?
Als een leerling de woordentoets in Bouw! gaat maken, kan de begeleider kiezen tussen twee flitstijden. Er is een keuze tussen een beperkte en een onbeperkte flitstijd van de woorden. Bij de beperkte tijd is het woord een halve seconde in beeld, terwijl het woord bij de onbeperkte tijd 10 seconden te zien is. Wij adviseren om in eerste instantie te kiezen voor de beperkte flitstijd. Hiermee monitort u of de leerling wat de leessnelheid betreft kan meekomen met het gewenste tempo en of de automatisering van het lezen op gang komt.
Er zijn echter leerlingen waarvoor een beperkte flitstijd minder geschikt is. Denk hierbij aan kinderen die zenuwachtig of gefrustreerd door de tijdsdruk. Maar ook aan kinderen die al heel nauwkeurig kunnen lezen, maar nog veel moeite hebben met lezen op snelheid. Lukt het hen vanwege de beperkte flitstijd meerdere keren niet de toets te halen, dan kan dit erg demotiverend zijn. Vaak weet je als begeleider wel welke moeilijkheden een kind ervaart bij het lezen. Blijf dus goed naar de leerling kijken om de meest geschikte keuze te maken.

 

4.1  Als een leerling de woordentoets in Bouw! gaat maken, kan de begeleider kiezen tussen twee flitstijden. Er is een keuze tussen een beperkte en een onbeperkte flitstijd van de woorden. Bij de beperkte tijd is het woord één seconde in beeld (volgens ons staat er in de VGV van Lexima abusievelijk ‘halve seconde’), terwijl het woord bij de onbeperkte tijd 10 seconden te zien is.

 

4.2  Er is sprake van ‘het gewenste tempo’, maar dat bestaat volgens ons niet. Leestempo is net als spreektempo een persoonlijkheidsfactor. Hoofdzaak is of het kind uiteindelijk begrijpt wat het leest – ongeacht zijn leestempo: liever een kind dat een zin van vier woorden langzaam leest maar begrijpt, dan een kind dat een zin van tien woorden snel leest maar niet begrijpt. Dit komt in het schrijven over leestempo en ‘gewenst tempo’ van Bouw! onvoldoende tot uiting.

 

4.3  De leerkracht of tutor zou via de keuze voor een flitstijd monitoren of de automatisering van het lezen op gang komt. Het is een gegeven dat het onmiddellijke of geautomatiseerde lezen vanzelf uit het hakkende-en-plakkende lezen ontstaat, vooropgesteld dat het kind voldoende gelegenheid krijgt en neemt om te lezen. Volgens ons is het zaak om te monitoren of het kind op school en thuis voldoende leest – dan komt het met het onmiddellijke lezen vanzelf goed.

4.4  Bouw! wijst er terecht op dat er aan de flitstijd allerlei nadelen zijn: tijdsdruk kan zenuwachtig maken, frustreren en zo meer. En ook het niet halen van een toets onder tijdsdruk werkt inderdaad demotiverend. Beter helemaal geen tijdsdruk!

 

4.5  Samengevat: Druk op leestempo dient niet uitdrukkelijk aan bod te komen en zorgt voor extra spanning. Tempo bereikt bij voldoende oefening vanzelf een optimaal niveau en is altijd een persoonlijkheidsfactor.

 

Behoefte aan verdieping? Ga naar het ‘Bouw!-artikel en lees noot 34, punt J.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.