Bouw!: een leesprogramma met haken en ogen, passage 1

Naar eigen zeggen is Bouw! een gestandaardiseerd programma dat vroegtijdig en langdurig kan worden ingezet. Op die manier zou Bouw! aan het protocol dyslexie aansluiten.

 

De WSK daarentegen stelt:

Bouw! is gestandaardiseerd, maar ten onrechte niet op de psychologische ontwikkeling van het lezen. Door die ontwikkeling te volgen, voldoet een school optimaal aan zijn zorgplicht en wordt dyslexie voorkomen.

         Bouw! kost veel tijd en aandacht en werkt faalangst, een laag zelfbeeld en een afnemende leesmotivatie in de hand.

 

Bouw! is ten onrechte niet gestandaardiseerd naar de leesontwikkeling ‘louter hakken -> hakken-en-gissen -> hakken-en-plakken -> onmiddellijk lezen’. Deze ontwikkelstappen verschijnen altijd in dezelfde volgorde.

Bouw! is anders gestandaardiseerd, waardoor het resultaat van een kind een afwijking is van een gemiddelde. Echter, dat is wetenschappelijk niet houdbaar.

 

Bouw! zou ingezet moeten worden bij die 25% van de leerlingen die in januari van groep 2 0-3 letters kennen. Dat zouden ‘risicolezers’ zijn. Gezien vanuit de leesontwikkeling zijn dit echter geen ‘risicolezers’ maar kinderen die (veel) later dan gemiddeld leesrijp worden. Een kind dat laat leert lopen, is toch ook geen ‘risicoloper’?!

Dat dit zo is, blijkt ook uit het feit dat 15% van de kinderen die met Bouw! moeten werken ook na afloop nog zwak leest. De andere 85% is ondertussen leesrijp geworden, wat ze ook zonder Bouw! gebeurd zou zijn.

 

 

recht gedrukt: tekst van Bouw!

      schuin gedrukt en ingesprongen: de reactie van de kerngroep van de WSK

 

Sluit Bouw! aan bij de voorschriften van het protocol dyslexie?

Bouw! is een gestandaardiseerd programma dat vroegtijdig en langdurig kan worden ingezet op niveau 3. Er worden (deel)toetsen afgenomen waarmee nagegaan kan worden wat een leerling beheerst. We adviseren om deze tussentoetsen onder supervisie van de leerkracht of de intern begeleider te laten afnemen: zij blijven immers verantwoordelijk voor de beginnende leesontwikkeling van de leerlingen in de klas. Als een leerling ondanks intensief werken met Bouw! geen of nauwelijks vooruitgang laat zien bij tussentijdse observaties en hoofdmetingen, is het op basis van de digitaal opgeslagen gegevens aantoonbaar dat de school heeft voldaan aan zijn zorgplicht op niveau 3 en kan de leerling worden aangemeld voor de vergoedingsregeling dyslexie. Hiermee sluit het programma Bouw! aan op het protocol dyslexie.

Zie voor meer informatie: Dyslexie Centraal en het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie.

 

1.1  Bouw! is inderdaad een gestandaardiseerd programma. Er zijn echter twee soorten standaarden:

  • Een psychologische standaard, namelijk de leesontwikkeling ‘louter hakken à hakken-en-gissen à hakken-en-plakken à onmiddellijk lezen’. In de praktijk merk je dat doordat deze ontwikkelstappen altijd in dezelfde volgorde verschijnen. Je kunt gemakkelijk nagaan in welke fase van de leesontwikkeling een kind opereert om vervolgens goed aan te sluiten op dat niveau.
  • Een statistische standaard, met tests en andere psychometrische meetinstrumenten. In deze standaard is het resultaat van een kind een afwijking van een gemiddelde. De leerkracht krijgt geen informatie over wat elk afzonderlijk kind nodig heeft.

                             De WSK is voor de psychologische standaard. Bouw! is op de statistische standaard gebaseerd.

 

1.2  Bouw! wordt inderdaad ‘vroegtijdig en langdurig’ ingezet, namelijk bij voorkeur van halverwege groep 2 of anders vanaf oktober groep 3 tot en met halverwege groep 4. Dit zou bij die 25% van de leerlingen moeten gebeuren, die in januari van groep 2 0-3 letters kennen. Dat zouden namelijk ‘risicolezers’ zijn.

                       Als een kind te weinig letters kent, betekent dat doorgaans dat het laat klank- en vormrijp is en ook laat leesrijp zal zijn. Door zo’n kind pas met klanken en vormen te laten spelen, als het daar rijp voor is, krijgt het een optimale begeleiding. Het zal hooguit ook later leesrijp zijn, maar daarnaast geen risico lopen.

                       De WSK kan echter niet uitsluiten dat een kind juist een risicolezer wordt, door het een letter- en/of leesprogramma aan te bieden terwijl het nog niet klank- en vormrijp is en dus al helemaal niet leesrijp.

                       Een kind dat laat leert lopen, is toch ook geen ‘risicoloper’?! Zo was Leonhard op leesgebied een laatbloeier.

 

1.3  Ondanks intensief werken met Bouw! leest 15% van de kinderen nog steeds zwak, maar men zou ten minste aan zijn zorgplicht hebben voldaan.

                       Die 15% toont volgens ons aan dat het Bouw! niet lukt om een niet-leesrijp kind tóch te laten lezen met behoud van zelfvertrouwen en plezier. Sterker nog, deze kinderen zullen misschien nog heel lang veel moeite moeten doen om een tekst correct te lezen.

                       En die andere 85%? Die zijn intussen leesrijp geworden, wat ze ook zonder Bouw! zouden zijn geworden.

                      

1.4  Een school voldoet optimaal aan zijn zorgplicht door elk kind in zijn leesontwikkeling te volgen:

  • Een kind dat wel klank- en vormrijp is maar niet leesrijp – dus nog een kleuter – speelt met klanken en vormen;
  • Een kind dat leesrijp is – een jong schoolkind – leert lezen.

                       Op die manier krijgt de kleuter optimaal voorwaardenscheppend onderwijs in de vorm van klank- en vormspelen en het jonge schoolkind optimaal leesonderwijs.

 

1.5  Het is nog niet neurologisch bewezen maar het is een niet onaannemelijke hypothese dat vroegtijdig leesonderwijs dyslexie in de hand werkt. Die hypothese verklaart in elk geval waarom het aantal dyslecten dat de basisschool verlaat, na de bevordering van vroegtijdig leesonderwijs, behoorlijk is gestegen.

                       Voorkomen is ook hier beter dan genezen: de leesontwikkeling van het kind volgen (zelfs als het 8 jaar of ouder is!) werkt in ieder geval geen dyslexie in de hand; zie ‘Het rijpe brein (2)’ en vraaggesprek in Balans. Ontwikkelingvolgend onderwijs is mogelijk met schoolbreed, groepsdoorbrekend leesonderwijs, waarin elk kind naar zijn eigen niveaugroep gaat. Op lees- en spellinggebied zijn er vijf niveaus.

 

1.6  De WSK is van mening, dat de term dyslexie vaak niet juist gebruikt wordt. Aangetoond is dat er bij echte dyslexie op neurologisch vlak iets aan de hand is, dat alleen met een hersenscan kan worden aangetoond. De WSK gaat ervan uit dat veel (de meeste?) kinderen die als dyslectisch worden aangemerkt, niet de kans hebben gekregen om met voorwaardenscheppend leesonderwijs in hun eigen tempo te leren lezen.

 

1.7  Op 25 januari 2021 werken de doorkliks naar Dyslexie Centraal en het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie niet.

 

1.8  Samengevat: Bouw! is niet psychologisch gestandaardiseerd: de ontwikkelingsstappen van ‘louter hakken’ tot en met ‘onmiddellijk lezen’ komen niet aan bod. Alleen door de leesontwikkeling van elk kind te volgen, voldoet een school optimaal aan zijn zorgplicht en worden laaggeletterdheid en dyslexie voorkomen.

         Bouw! wordt ten onrechte vroegtijdig ingezet bij kinderen die nog niet leesrijp zijn. Bouw! inzetten kost in dat geval te veel tijd en aandacht en werkt faalangst, een laag zelfbeeld en een afnemende leesmotivatie in de hand.

 

Behoefte aan verdieping? Ga naar het ‘Bouw!-artikel, §1.1 (de psychologische ontwikkeling van het lezen), §1.2-3 (de inferentiële statistiek en de psychometrie); §1.4 (Alex en Bart), §2.2, A (‘risicolezers’) en §2.3, A (‘risicolezers’); §2.3, C en E (15% van de kinderen na twee jaar Bouw! nog zwak lezen) .

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.