Bijdrage WSK aan ‘Toekomst van ons onderwijs’.

Eind januari brachten veertien organisaties het discussiestuk ‘Toekomst van ons onderwijs’ uit (https://toekomstvanonsonderwijs.nl/wp-content/uploads/2020/01/Discussiestuk-incl.-oplegger.pdf).

De kerngroep van de WSK heeft op 14 februari een bijdrage aan de discussie ingezonden: https://www.wsk-kleuteronderwijs.nl/wp-content/uploads/2020/03/2020-02-14-suggesties-WSK-voor-Toekomst-van-ons-onderwijs.pdf (WSK-webpagina).

De kern van onze bijdrage is:
* Elk kind (van 2,5 tot 17 jaar) krijgt altijd onderwijs óp zijn ontwikkelingsniveau en nooit (zoals de afgelopen jaren is bevorderd) erbóven.
* Een kind wordt getoetst ter ondersteuning van zijn ontwikkeling – eerst met rijpheidsproeven en, bij bevonden rijpheid en na onderwijs in bepaalde kennis/vaardigheden, met vorderingsproeven – en nooit met Cito- en andere tests.

Met vriendelijke groeten,

de kerngroep van de WSK

………………………
Hieronder de tekst van onze bijdrage:

 

Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK)

Een kleuter is geen schoolkind                                             www.wsk-kleuteronderwijs.nl

 

 

 

Betreft: suggesties voor Toekomst van ons onderwijs

 

 

Aan AVS, FvOv, VO-Raad, MBO Raad, PO-Raad, LAKS, Vereniging Hogescholen, VSNU, JOB MBO, CNV-Overheid, CNV Onderwijs, Interstedelijk Studenten Overleg, Landelijke Studentenvakbond en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang

 

14 februari 2020

Geachte dames en heren,

De Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK) is in 2012 door 56 kleuterleerkrachten, ontwikkelingspsychologen en andere belangstellenden opgericht en heeft inmiddels ongeveer 4.000 leden en 11.000 volgers. Wij hebben een aantal doelstellingen geformuleerd om het kleuteronderwijs te verbeteren. Drie daarvan zijn opgenomen in het regeerakkoord.1

Met belangstelling en instemming hebben we uw discussiestuk Toekomst van ons onderwijs gelezen. De WSK doet u twee suggesties voor het definitieve stuk.

Suggestie 1: Aansluiten bij ieders ontwikkelingsniveau

In uw stuk schrijft u onder andere:

  • ‘We slagen er onvoldoende in leerlingen (al vanuit het funderend onderwijs) een creatieve, open en ondernemende houding bij te brengen’ (p.7),
  • ‘Zorgen voor zoveel mogelijk gelijke kansen en een eerlijke start voor kinderen (p.9),
  • ‘Van belang hierbij is zoveel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijke ontwikkeling van kinderen’ (p.10),
  • ‘Daarbij zijn de grenzen tussen de verschillende fasen niet hard: een leerling of student gaat naar een volgende fase als hij of zij daar qua persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling aan toe is’ (p.11)

Wij doen de volgende suggestie: ‘Aansluiten bij ieders ontwikkelingsniveau’.

Immers, door op elk ontwikkelingsdomein aan te sluiten bij het niveau van het kind bevorderen en stimuleren we in hoge mate de open, creatieve en onderzoekende houding die kinderen van nature hebben, plus hun intrinsieke motivatie. We creëren hierdoor meer gelijke kansen.

Deze suggestie zou zich kunnen verstaan met uw eerste ankerpunt, een start in het onderwijs met 2,5 jaar (p.10-11). Immers, op elk ontwikkelingsdomein bevindt het kind zich in een ontwikkelingsfase en daar zouden opvoeders, verzorgers en leerkrachten en andere begeleiders op maat (p.12) bij aan dienen te sluiten. Echter, in de afgelopen decennia zijn kleuters ten onrechte als jonge schoolkinderen benaderd en zo vrezen wij, en we zien hiervoor in het land al sterke aanwijzingen, dat peuters niet als peuters maar boven hun niveau, als kleuters, benaderd zullen worden. Alleen al daarom geven we sterk in overweging om bij peuters en kleuters het woord ‘school’ te vermijden en bijvoorbeeld van ‘speelhuis’ te spreken, zodat het belang van spel reeds in de benaming tot uiting komt. Onderzoek wijst uit dat het vrije spel, met de nadruk op vrij, de neurologische en psychologische basis vormt voor het ‘schoolse’ leren.

In de allereerste plaats is het noodzakelijk dat de kennis over de psychologische en neurologische ontwikkeling van het kind weer in theorie én praktijk aan de pabo’s wordt gedoceerd. Sinds de fusie tussen KleuterLeidster OpleidingSchool (KLOS) aan de ene kant en Pedagogische Academie (PA) die resulteerde in de pabo aan de andere kant, is die kennis bijna verdwenen. Vooral de kennis over de ontwikkeling van oudere peuter via kleuter naar jong schoolkind is onvoldoende. Dit geldt overigens niet alleen voor de pabo’s, maar ook voor de opleidingen voor kinderverzorgsters en peuterleidsters.

 

Suggestie 2: Toetsen ondersteunen ontwikkeling

In uw stuk staat:

  • ‘Toetsen ondersteunen ontwikkeling en zijn er vooral om te laten zien wat nog nodig is om een volgende stap te maken’ (p.11-12) en
  • ‘De toetscultuur vind ik te veel overheersen’ (Simona Scarpa, leerlinge van 6vwo; p.21)

De WSK bepleit dat er in het onderwijs uitsluitend proeven en geen test meer worden afgenomen.

De WSK onderscheidt namelijk drie soorten toetsen:

  • Rijpheidsproeven. Rijpheidsproeven gaan na of een kind ergens aan toe is of niet, zoals de schrijfproef waarin het kind gevraagd wordt zijn naam, de woorden ‘mamma’ en ‘pappa’ en andere woorden en namen op te schrijven. Er zijn dan twee reacties mogelijk. Een kind dat in psychologisch opzicht nog een kleuter is spiegelt en verwisselt letters, een kind dat in psychologisch opzicht een jong schoolkind is schrijft zonder spiegelingen en verwisselingen.

Een goede rijpheidsproef is altijd genormeerd op een houdbaar gebleken theorie over de psychologische ontwikkeling.

  • Vorderingsproeven gaan na of iemand die aan weetjes (zoals de landen en hoofdsteden van Europa) en bepaalde inzichten toe is, zich die weetjes of inzichten daadwerkelijk eigen heeft gemaakt, zoals bij een overhoring of een proefwerk met open vragen; een vorderingsproef wordt alleen afgenomen bij kinderen die voldoende rijp zijn gebleken voor het verwerven van bepaalde kennis en/of vaardigheden én nadat ze die kennis en vaardigheden ook daadwerkelijk aangeboden hebben gekregen. Een goede vorderingsproef dient dus een representatieve steekproef van de aangeboden stof te zijn.

Met rijpheids- en vorderingsproeven zijn we het eens.

  • Tests, zoals de meerkeuzetoetsen van het Cito en andere toetsinstanties wijzen wij af. Er bestaan geen goede tests daarom dienen ze geweerd te worden uit het onderwijs in het algemeen en uit het kleuteronderwijs in het bijzonder. Tests zijn namelijk altijd genormeerd met behulp van de inferentiële statistiek en daar komen altijd afwijkingen van populatiegemiddeldes uit voort. Vanwege die normering zeggen tests niets over de individuele rijpheid van een leerling en over zijn persoonlijke vorderingen.

Tests wijzen we daarom af.

Daar komen twee overwegingen bij.

  1. U stelt terecht dat ‘het belang van optimale ontwikkelingskansen voor alle kinderen hierin vooropstaat’ (p.10), maar tests verminderen de optimale ontwikkeling van elk kind doordat ze slechts op herkenning van voorgedrukte antwoorden mikken en niet op het reproduceren van inzichten in brede samenhangen. De problemen die op ons afkomen (klimaatverandering, overbevolking, zoet water, grondstoffen enzovoort) en een ‘rechtvaardige, duurzame en democratische samenleving’ (p.9) vragen om burgers die brede samenhangen begrijpen en daar creatief op anticiperen.

Bovendien dient de persoonlijke vooruitgang gemeten te worden en niet hoe een kind zich verhoudt tot de rest van de groep of de populatie. Een kind kan zich pas optimaal ontwikkelen wanneer het dit op zijn eigen niveau kan doen.

  1. Wat kleutertests betreft is het bekend dat kinderen die ergens nog niet aan toe zijn, een score tussen -25% en 40% of onder -40% (D- respectievelijk E-score) behalen. Vanwege die lage score wordt een zinloos behandelingsplan gestart. Een kind dat ergens niet aan toe is, dient echter nergens voor ‘behandeld’ te worden maar dient voorwaardenscheppend onderwijs te krijgen om zich in zijn eigen tempo te kunnen en mogen ontwikkelen.

We lichten onze twee suggesties graag mondeling of schriftelijk verder bij u toe.

 

Met vriendelijke groeten,

De kerngroep van de WSK

(www.wsk-kleuteronderwijs.nl/kerngroep/)

 

Noot

1 www.wsk-kleuteronderwijs.nl/wp-content/uploads/2014/01/2017-10-21-_brief-aan-besturen.pdf.

Een reactie

  • Marianne van Velzen

    Geweldig! Helemaal met alles eens. Ik kan het niet meer toepassen in het onderwijs. Heb 43 jaar Met kleuters gewerkt. Ben nu gepensioneerd. Maar het heeft nog veel te bieden voor mijn kleinkinderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.