"Beleidsmakers, doe er wat aan! Het water staat heel hoog!” (98)

Joke is in die ruim 44 jaar nooit één dag met tegenzin naar haar werk gegaan en heeft er nooit spijt van gehad dat ze voor dit prachtige beroep koos. Ze heeft meerdere functies gehad, van hoofdleidster tot directeur basisschool en was voorzitter van de werkgroep coördinatoren leerlingenzorg van 20 scholen. Nooit volledig ambulant, altijd nog 3‐4 dagen in de week haar kleuterklasje.

“Ik heb wel zorgen en ik ben altijd voor de kleuter in de bres gesprongen. Ik heb destijds, toen de basisschool voorbereid werd, presentaties gehouden met kanttekeningen bij de Wet op het Basisonderwijs, de risico’s voor de kleuter in het basisonderwijs. Ze zijn allemaal uitgekomen en ze gelden nu nog:

  • Er is in zijn algemeenheid in het management weinig kennis van de ontwikkeling van een kleuter wat betreft didactiek, methodiek en ontwikkelingspsychologie. De KLOS bood een pittige opleiding, je werd doorkneed in de theorie en praktijk van deze leeftijdsfase, met flinke praktische, didactische en pedagogische ondersteuning, oefening van alle activiteiten, kennis van de materialen, kennis van de ontwikkelingspsychologie. Aan het organiseren van dit alles werden hoge eisen gesteld.
  • De bedoeling van de basisschool was een doorgaande lijn te creëren en verworvenheden van het kleuteronderwijs door te voeren, een bottom up proces. Helaas, het omgekeerde gebeurde: top down. Vaak  werd er neergekeken op de kleuterleidsters. Zij moesten een applicatiecursus volgen, onderwijzers met hoofdakte niet. Er werden methodes voorgedragen en in teamvergaderingen waren de lagere school collega’s in de meerderheid. Bovendien zijn argumenten tegen moeilijker te omschrijven als je het over een proces hebt, producten zijn concreter aan te geven.
  • De 4‐jarigen‐maatregel was heel kwetsend alsof het onderwijs aan kleuters niet belangrijk genoeg was. Ik had geluk, want ik was directeur. Dan heb je veel meer kracht en mogelijkheden om onzinnige en zinloze activiteiten voor kleuters buiten de deur te houden! Ik heb destijds hoofdleidsters gestimuleerd om naar de directiefunctie te solliciteren.
  • Het Basisonderwijs heeft in den lande niet opgeleverd wat de bedoeling was. Op onze school hebben we onderwijs aan kleuters goed kunnen verzorgen, we zagen dat aan het welbevinden van de kinderen, de  leerkrachten geloofden in hun werkwijze en de resultaten waren/zijn goed. Dat betekende niet dat we met de armen over elkaar stonden met het uitgangspunt: de ontwikkeling gaat vanzelf. Nee, we waren heel kritisch, we gaven niet de gesloten lesjes zoals we die op de opleiding geleerd hadden, we richtten rijke hoeken in, maakten goede verslagen van de ontwikkeling van ieder kind. In het OGO‐concept vonden we alles.

Wat veroorzaakt dan nu mijn zorgen?

  • De verschoolsing van het onderwijs aan kleuters. Kleuters moeten steeds vroeger letters en cijfers kennen. Prima als een kleuter intrinsiek gemotiveerd is om dat te leren, maar niet afdwingen en forceren en leren vanuit het spel en niet door droge lesjes.
  • Er wordt genoeg geprotesteerd en aan de weg getimmerd om een positieve kentering te bewerkstelligen: VJK, de Werkgroep Kleuteronderwijs, Europese Alliance for childhood, het Lectoraat het Jonge  Kind van de universiteit van Groningen, het Docentennetwerk, het Speleon in Amsterdam laat zien hoe het kan, het boek ‘Baanbrekers en boekhouders’ geeft een goede en ook kritische impressie van de geschiedenis van het kleuteronderwijs. Ik participeer in de inspiratiegroep ‘het jonge Kind’ van Pabo Groenewoud te Nijmegen. Wij hebben als doel het onderwijs aan het jonge kind te optimaliseren en wij organiseren ieder jaar een inspiratiemiddag.
  • De gevolgen van de 1‐zorgroute. Groepsoverzichten en groepsplannen kunnen goed werken. Een kleuter ontwikkelt zich in totaliteit, dus hak de inhoud niet in stukjes, zoals b.v het groepsplan fonemisch bewustzijn doet. En over termen gesproken: ik heb altijd handelings‐ en opbrengstgericht gewerkt én planmatig. Nu heet het zo, maar ik deed het al altijd, alleen hoefde ik niet alles op te schrijven! Waardeer en ga uit van wat een kind kan en niet van wat een kind zou moeten kunnen. Vertrouw op de ontwikkelingskracht van het kind, maak het gretig!
  • Al die Cito‐ en CPS toetsen. Observeer (interactief!) en begeleid goed, dan weet je ook de stand van zaken in de ontwikkeling. Je toetst met Cito 2‐dimensionaal wat de kleuter in de ruimte en met materialen leert. Vind ik fout, tegenstrijdig! De totale ontwikkeling wordt niet meegenomen. Waarom zoveel toetsen als de inspectie aangeeft dat 1 toets in de 2 kleuterjaren voldoet?
  • Directies, IB‐ers, inspectie: vertrouw op de professionaliteit en het verantwoordelijkheidsgevoel van leerkrachten. Waarom moeten ze ieder ‘schroefje’ verantwoorden? Ik heb er nooit voor gekozen om administratief medewerkster te worden! Weg met die controle, weg met de overbodige administratieve rompslomp! Wat je doet moet meerwaarde hebben! Zorg dat er tijd voor de werkvloer is, voor een rijke speel‐ werkleeromgeving, daaruit vloeit de kwaliteit voort én het welbevinden van leerkracht en kind!
  • De speel‐ werkomgeving verschoolst ook: werkbladen door een bepaalde methode aangegeven en nieuwe methodes die precies aangeven hoe en wat en wanneer een kind iets moet leren en dat liefst voor de hele groep hetzelfde! Laat kinderen in hoeken en met krachtige materialen spelen en werken, ook met de natuur, dát is de onderwijsbehoefte van bijna alle kleuters en dát vormt het fundament voor het leren na de kleutertijd. Kinderen willen spelen, werken, proeven, ruiken, experimenteren, onderzoeken van en met alle dingen die ze in de sociaal‐culturele werkelijkheid tegenkomen. Zo leren ze oplossingsgericht, flexibel en creatief te denken, zitten ze goed in hun vel en voorkom je gedragsproblemen. Zulke burgers heeft onze maatschappij nodig! De taak en verantwoordelijkheid van de leerkracht is om een goede vakkennis in dit alles te verwerven, zeker ook kennis en vaardigheden om spel te begeleiden. De huidige mogelijkheden worden teniet gedaan door alles wat moet gebeuren, zeker in het kader van de 1‐zorgroute. Er ontstaat een chronisch tijdgebrek en in mijn ogen een flink kwaliteitsverlies (én gedragsproblemen!).
  • In het manifest werd opgeroepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid en om nee te zeggen tegen de uitvoering van zinloze zaken. Ik geef aan dat ik (buiten de dingen waar ik niet omheen kon, zoals de Cito‐toetsen) goed aan die oproep heb voldaan, ook met terugwerkende kracht! 

Wij moeten opkomen voor de kleuter, die niet voor zichzelf op kan komen! Beleidsmakers, doe er wat aan! Het water staat heel hoog!”

2013-04-29-morguefile-1

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *