Peuterschool?

Help, “in Amsterdam móeten alle peuters vanaf 2 1/2 jaar straks naar de peuterschool”; zo schrijft het AD op 21 aug. 2013. volgens Hilhorst zijn crèches en peuterspeelzalen gericht op opvang en peuterscholen gericht op de ontwikkeling van kinderen. Wat een miskenning van de peuterspeelzalen en crèches!!! Voordat ik in het onderwijs terecht kon, heb ik jaren op beide soorten instellingen gewerkt. De kinderen werden gevolgd in hun interesses en gestimuleerd om verder te komen/ meer te kunnen. Ze leerden fietsen, rennen, rollen, luisteren naar verhalen en gedichten, liedjes zingen en begrijpen, knippen, verven, plakken, tekenen, enzovoort. Een goed peuterleidster kan net als een goed kleuterleidster inspelen op de behoeftes en interesses van het kind. De kinderen hoeven GELUKKIG niet aan algemene eenheidsnormen te voldoen die je kunt toetsen met CITO: het gaat om de voortgaande lijn in de eigen(!) ontwikkeling van het kind. Terwijl het ene kind overal op en overheen klimt, kan het andere kind juist goed ‘verhaaltjes’ vertellen. Als de totale ontwikkeling maar voldoende leeftijdsconform is. Laat dit alsjeblieft zo blijven. Kinderen zijn geen robots die als een eenheidsworst uit de fabriek komen. Elke goed opgeleide peuterleidster/ kleuterjuf weet dat kinderen zich in sprongen ontwikkelen en niet op elk terrein zich in hetzelfde ritme zullen ontwikkelen. Simpel voorbeeld: veel kinderen hebben voeten waarbij soms wel een maat verschil zit tussen de linker en de rechter voet. Stel links is het grootst: dan kan een half jaar later dit verschil precies omgekeerd zijn. Wat is de volgende stap van onze beleidsmakers? Elk kind moet groeihormoon in zijn/haar kleinste voet gespoten krijgen, want anders ontwikkelt hij/zij zich niet goed? Hou toch op: ontwikkeling van kinderen laat zich niet afdwingen. Je kunt het wel stimuleren en dat is precies datgene wat ze al doen op (goede) crèches en peuterspeelzalen! Moeten nu straks de talige peuters verplicht 4 dagdelen naar school, omdat de minder talige peuters daar zoveel aan hebben? Quatsch; ouders en peuters die dat wensen en aankunnen, kunnen soms al intekenen voor een extra dagdeel speelzaal. Naast de peuterspeelzaal kan je als ouder heel veel met je kind doen, waar ze onbewust heel veel van leren. Voor peuters is nog altijd hun directe, veilige leefomgeving ook de belangrijkste leeromgeving. Voor op de fiets met papa en/of mama mee boodschappen doen: feest voor elke peuter. Daar kan geen ‘peuterschool’ tegenop!!!

Kinderen met een taalachterstand hebben veel meer baat bij ondersteuning thuis. Denk aan ‘opstapprojecten’ en aan aan peuterleidsters die met gesprekjes en/of huisbezoekjes ouders kunnen ondersteunen in hoe ze de taalontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren. Dan pak je het probleem bij de basis aan en kunnen jongere broertjes en zusjes vanzelf mee profiteren. Peuters willen doen/ bewegen en zo hun directe leefomgeving leren kennen (en dat is ook veel veilig thuis!). Ze willen helpen koken, mee boodschappen doen en ‘betalen’, fietsbanden helpen plakken, enz. Dat spelen ze na in hun verbeeldingsspel. Als ze bij al die activiteiten de bijbehorende taal en woorden meegekregen hebben (thuisondersteuning en peuterspeelzaal), dan ontwikkelt hun taalvaardigheid zich ook én ze doen een schat aan reële ervaringen op.

Wat is dus belangrijk voor een goede ontwikkeling van peuters op de peuterspeelzaal en crèche: goed opgeleide peuterleidsters (over de algehele ontwikkeling van peuters en manieren om dit te observeren, constateren en stimuleren), (intensieve) oudercontacten, mogelijk een lijst met de belangrijkste woorden in een peuterleven (ten behoeve van de peuters met een taalachterstand) en kennis van de zinsbouw van de ‘gemiddelde’ peuter. Mogelijk moeten de opleidingseisen en daarmee de salarissen voor peuterleidsters in ‘speciale situaties’ (ontwikkeingsproblematiek, handicaps, enz.) omhoog.

IngridS

2013-09-04-peuterschool

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.