Onderzoekers wijzen op belang vroeg leesonderwijs

Al in groep 2 moet er aandacht zijn voor de vaardigheden die nodig zijn om te leren lezen. Als kinderen die vaardigheden onvoldoende beheersen, dienen ze geholpen te worden, volgens Tom Bakker en Jobien van den Broek-van Nieuw Amerongen. (RD 28-5)
We moeten kinderen niet te vroeg laten starten met leeslessen, maar wachten tot ze er rijp voor zijn, bepleit Esther Meima (RD 18-5). Zij onderstreept daarmee wat dr. Ewald Vervaet al eerder had gesteld (RD 24-4).

Tom Bakker en Jobien van den Broek-van Nieuw Amerongen vinden het cruciaal dat kinderen goed leren lezen, maar dat zou niet, zoals nu het geval is, ten koste van andere ontwikkelingsgebieden mogen gaan. Een kind dient namelijk de gelegenheid te krijgen zich breed te kunnen ontwikkelen op sociaal, creatief, expressief, muzikaal en sportief gebied, zodat het kan ervaren wat zijn talenten zijn en waar het gelukkig van wordt. Dat is werkelijk aansluiten op de natuurlijke ontwikkeling van de kleuter. Door de enorme focus op lezen én om zo hoog mogelijk te kunnen scoren op de Citotoets, is het onderwijs aan kleuters behoorlijk verschraald. Dat is erg jammer, want juist kleuters zijn bij uitstek geschikt voor een breed onderwijsaanbod, omdat zij zich nog kunnen verwonderen en totaal op kunnen gaan in hun beleving. Dat vermogen is bij het jonge schoolkind al verminderd. Daarom kunnen we beter opnieuw gebruik gaan maken van de rijkdom aan mogelijkheden, die de kleuterperiode ons biedt, in plaats van die in de kiem te smoren door ons zo expliciet te richten op het leesonderwijs aan kleuters. Onze samenleving is gebaat bij goede burgers en daar is heel wat meer voor nodig dan dat zij goede lezers zijn.

Ewald Vervaet gaat ervanuit dat kinderen zich op een bepaalde manier psychologisch ontwikkelen en dat we in deze ontwikkeling fasen kunnen onderscheiden.
De kleuterleerkracht herkent zich hierin bij het vruchteloos aanbieden van verplichte leerstof aan kleuters die daar nog niet aan toe zijn tot op een dag het kwartje ineens gevallen blijkt te zijn. Die verwoede pogingen had ze uiteraard veel beter kunnen besteden aan het aanbieden van leerstof waar het kind wél aan toe was.
Wanneer we aansluiten bij de natuurlijke ontwikkeling van kinderen gaat leren lezen, op het moment dat het kind daaraan toe is echt niet vanzelf, maar het proces verloopt wel soepel en het kind pikt de aangeboden leerstof veel sneller op. Dat is daarnaast erg goed voor het zelfvertrouwen van het kind en dus voor zijn prestaties in het algemeen. De huidige kleuters leven in een doorgeschoten weeg- en meetcultuur waarvan noch leerkracht noch kinderen gelukkig worden. Wij werken hierdoor bij kleuters al aan een competitieve in plaats van aan een coöperatieve samenleving.

Culturele vaardigheid
De opvattingen van Vervaet zijn niet onomstreden. Collega’s benadrukken dat het belangrijk is dat kinderen al in groep 2 niet alleen klanken en vormen leren onderscheiden, maar ook letters leren herkennen en aan klanken koppelen. Zij stellen dat je zwakke lezers zo vroeg mogelijk moet opsporen en hen moet helpen met het zo vroeg mogelijk overwinnen van hun leesproblemen.
Een kleuterleerkracht vindt het voorbarig om kinderen in groep 2 al het etiket zwakke lezer op te plakken en te moeten helpen bij het oplossen van leesproblemen, terwijl lezen een vaardigheid voor groep 3 is. Het dwangmatig aanbieden van letters draagt niet bij aan het opsporen van vroege lezers, maar wél aan het kweken van onwillige lezers.

Dr. Mirjam Snel wijst erop dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat letterkennis, fonemisch bewustzijn (beseffen dat woorden uit klanken bestaan) en benoemsnelheid (het tempo waarin kinderen letters en cijfers een naam kunnen geven) bij kleuters belangrijke voorspellers zijn voor hun leesontwikkeling in groep 3.
Dat lijkt me niet meer dan logisch. Kinderen die op die vlakken goed presteren in groep 2 zijn uiteraard eerder aan lezen toe dan kinderen die nog minder goed scoren. Die zijn misschien pas in groep 4 toe aan leren lezen. Dat wetenschappelijk onderzoek bevestigt dus precies wat Vervaet zegt, want ook bij kinderen in groep 3 zijn letterkennis, fonemisch bewustzijn en benoemsnelheid een belangrijke voorspeller. Alleen verschilt het tijdstip waarop kinderen deze vaardigheden onder de knie hebben en Vervaet geeft aan dat het kind de ruimte moet krijgen die het nodig heeft om zich die vaardigheden eigen te maken, zodat het op verantwoorde wijze met lezen kan gaan starten.

Dr. Kees Vernooy stelt dat leesrijpheid helemaal niet bestaat. Hij noemt het een onzinbegrip, omdat lezen een vaardigheid is die niet van biologische oorsprong is. Lezen is volgens hem een culturele vaardigheid, waarop de omgeving en ook de kwaliteit van de leesinstructie grote invloed hebben.
Uiteraard is lezen een culturele vaardigheid, maar dat wil nog niet zeggen dat er geen biologische vaardigheden voor nodig zijn. Je geeft een kind van zes toch ook geen rijles?

Prof. dr. Aryan van der Leij stelt dat kinderen niet spontaan een leesbehoefte ontwikkelen. Het leesonderwijs moet volgens hem niet kindvolgend, maar kindleidend zijn. Dit sluit aan bij de constatering van dr. Richard Toes (RD 18-4) dat alle wetenschappelijke uitkomsten over goed onderwijs wijzen in de richting van de positieve effecten van de directe instructie. We moeten meer inzetten op onderwijzen, aldus Toes.
Op het moment dat je kinderen een breed scala aan taalactiviteiten aanbiedt, worden ze op positieve wijze geprikkeld om zelf te leren lezen. In het kleuteronderwijs werden vroeger profane, animistische, dierenverhalen, fantasieverhalen en sprookjes verteld. Er werd voorgelezen uit bundels, er werden prentenboeken aangeboden, versjes aangeleerd, toneelstukjes gespeeld, verhalen uitgebeeld. Via de poppenkast werden verhalen interactief beleefd. Dat interactieve werd niet opgedragen vanuit de leerkracht maar vanuit de poppen. Wat een rijkdom! Allemaal kindleidende activiteiten, maar uitgaande van de magische wereld van de kleuter in plaats van de dodelijk saaie aanpak van het directe instructiemodel dat totaal voorbijgaat aan het magisch denken van kleuters. Taal was een feest en elk kind is dol op feestjes.

Voorlezen
Het is van belang dat alle kinderen vloeiend leren lezen. Bij sommige kinderen gaat dat vanzelf. Van de kleuters kan 15 procent bij het begin van groep 3 al lezen. Maar wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat dit niet komt omdat deze kinderen vroeg leesrijp zijn. De reden is dat zij opgroeien in een stimulerende omgeving, waarin wordt voorgelezen en zij in aanraking komen met boeken.
Uiteraard is de omgeving van invloed. Een kind dat in de Alpen opgroeit zal vlotter leren skiën dan een kind uit Nederland. Maar een stimulérende omgeving is iets anders dan een forcérende omgeving. Nu krijgen kinderen niet meer de ruimte om zich volledig te ontwikkelen, ze worden een bepaalde richting uitgedreven. En dat is nou juist voor kinderen, die niet uit een stimulerende omgeving komen, vaak erg frustrerend. Zij krijgen reeds op jonge leeftijd het gevoel niet goed genoeg te zijn. Ook dertig jaar geleden waren er kinderen in mijn kleutergroep die al konden lezen en dat waren meestal de oudere en dus rijpere kinderen. Het zou interessant zijn om naast die 15 procent die vroegtijdig leert lezen en de rest van de kinderen die dat nog altijd op dezelfde leeftijd leert als in vroegere tijden toen er niet aan getrokken werd (want opzienbare resultaten zijn door deze opjagende aanpak echt niet geboekt), wetenschappelijk onderzoek te doen naar alle kinderen die hierdoor schade hebben opgelopen. Daarbij denk ik dan onder anderen aan stotteraars, bedplassers, kinderen die naar de orthopedagoog moesten, de angsthazen en de thuiszitters.
Natuurlijk zijn er kinderen bij wie, om wat voor reden ook, eigenlijk nooit wordt voorgelezen en die nauwelijks met letters in aanraking komen en uiteraard heeft de school bij die kinderen een belangrijke taak.
Maar niet uitsluitend op leesgebied, want die kinderen komen vaak op héél veel gebieden met weinig in aanraking en daarom is de taak van de school veel omvangrijker dan het aanleren van letters.
Als je wacht tot ”risicolezers” uit zichzelf gaan lezen, zou je te lang wachten.
Niemand beweert echter dat je moet wachten tot ze uit zichzelf gaan lezen, maar wacht wel tot ze eraan toe zijn.
Dat er kinderen zijn die op hun vijfde al gaan lezen hoeft toch niet te betekenen dat we ons aanbod meteen aan moeten passen om dat bij ieder kind te bewerkstelligen? Als het kind van de buurvrouw met 12 maanden loopt breng je jouw kruipende dreumes toch ook niet naar de fysiotherapeut. Ieder kind ontwikkelt zich op eigen wijze, maar tegenwoordig mogen kinderen niet meer verschillend zijn. En hoe zit het met de laatbloeiers? Moeten we die dan vanuit deze ontwikkelingshaast iets op gaan dringen zodat er faalangst ontstaat?
Zulke kinderen zouden leesproblemen kunnen ontwikkelen die op latere leeftijd nauwelijks meer te verhelpen zijn.
Toch leerden vroeger de schipperskinderen, die alleen naar school konden als hun ouders ergens aan wal lagen, ook goed lezen. Alleen pas rond hun achtste levensjaar en dat was toen geen probleem. Kinderen kregen de tijd die ze nodig hadden en die varieert per kind. Een kind is niet maakbaar. Stimuleren mag, forceren richt alleen maar schade aan (en niet alleen bij kinderen).
Natuurlijk moeten zwakke leerlingen ondersteund worden en liefst zo vroeg mogelijk, maar niet alleen op het gebied van letterkennis, daar gaat nog een wereld aan ervaring aan vooraf.
We mogen een kind niet belasten met dingen waar het nog niet aan toe is. Daar hebben Vervaet en Meima gelijk in. De vraag wat een kind aankan, moet door de leerkracht beantwoord worden.
Observeren is daarbij een groot goed. Wij kleuterleidsters spoorden vroeger geen risicolezers op vanuit conclusies van wetenschappelijke onderzoeken. Onze kleuters mochten nog kind zijn, ze werden gezien! Wij keken vooral of ze gelukkig waren en elke morgen met een stralend gezicht, samen met hun vriendjes, het lokaal instapten. Vol verwachting van al het fijne dat de nieuwe schooldag hen zou gaan brengen en zonder ook maar iéts te forceren. Na een onbezorgde kleuterperiode stapten zij in groep 3 in de magische wereld van het lezen en met kerstmis las de hele groep. Hun welzijn resulteerde in optimale prestaties op alle gebieden omdat wij van hen hielden en zij van ons.
Liefde is namelijk nog steeds een garantie voor succes.

 

Erica Ritzema, Tilburg

 

 

Een reactie

  • Hella

    Fijn dat in dit artikel wordt ingegaan op de zogenaamde noodzaak van zo vroeg mogelijk beginnen met letters.
    En ik wil er nog bij opmerken dat we niet van alle kleuters goede lezers kunnen maken, hoe zeer we ons best ook zouden doen. Er zullen altijd kinderen blijven die liever buiten een hut gaan bouwen of met verf prachtige schilderen maken, etc., dan met hun neus in een boek gaan zitten. Gelukkig maar. Diversiteit in mensen (kleuters) maakt het juist zo leuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *