Oproep aan alle leden (en andere volgers/likers) van de WSK-kleuteronderwijs

Aan de leden van de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK) en volgers van de WSK

23 oktober 2016

Beste allemaal,

Ongetwijfeld hebben velen van jullie – net zoals wij – het overleg tussen staatssecretaris Dekker en de Commissie OCW van de Tweede Kamer van 13 oktober over het kleuteronderwijs gezien. Je kunt het debat nog steeds bekijken op beta.debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/kleuteronderwijs.

Het kleuteronderwijs werd op verschillende manieren in het zonnetje gezet. Dat was hard nodig na alles wat we in de afgelopen tientallen jaren in het kleuteronderwijs hebben meegemaakt. Met dank aan de betreffende Kamerleden!

Beleidsmatig kunnen we op twee positieve punten wijzen die voor een keerpunt in het kleuteronderwijsbeleid staan! Zie ook de toelichting op de volgende bladzijdes.

  1. Op 4 april 2016 schreef Dekker aan de Tweede Kamer dat het Ministerie en de PO-Raad met elkaar overeen waren overeen gekomen waren om ‘het aandeel zittenblijvers in de basisschoolperiode terug te brengen van 2,2% in 2013 naar 1,5% in 2020’ (hij noemde daar uitdrukkelijk groep 2 bij). We spreken kortweg van ‘streefcijfers doubleurs’.  

   In het debat van 13 oktober stelt Dekker duidelijk dat de streefcijfers doubleurs geen norm zijn waaraan basisscholen moeten voldoen. Dat betekent dus dat de onderwijsinspectie scholen niet mag beoordelen op het aantal kinderen dat langer heeft gekleuterd om een verantwoorde overstap naar groep 3 te kunnen maken.

  1. Op 12 september 2016 is de brochure Doorstroom van kleuters van het Ministerie en de PO-Raad verschenen waarin een aantal positieve punten staan, maar vooral toch zaken die de problemen in het kleuteronderwijs alleen maar zullen verergeren.

   In het debat van 13 oktober maakt Dekker duidelijk dat de brochure Doorstroom van kleuters misschien een beleidsonderdeel leek te zijn maar dat niet is. Dat wil zeggen dat de onderwijsinspectie een school niet mag beoordelen op de mate waarin ze suggesties van Doorstroom van kleuters heeft verwerkelijkt.

Wij roepen alle leden en volgers van de WSK op om deze twee punten onder de aandacht te brengen van gelijkgestemden op jouw school en binnen je stichting en vervolgens gezamenlijk onder de aandacht van directieleden en bestuurders.

Dit is het begin van het herstel van goed en verantwoord kleuteronderwijs. Laten we er met zijn allen een succes van maken.

Met vriendelijke groeten,

De kerngroep van de WSK

 

P.S. Volgens Dekker is Doorstroom van kleuters er ‘ter inspiratie’. Nu, laat je inspireren door de volgende passage op p.15v:

De insteek van de inspectie is, dat ook voor de herfstleerlingen geldt dat de beslissing over overgang gebaseerd moet zijn op het aansluiten op de ontwikkeling van de leerling. Scholen kunnen daarvoor hun eigen criteria opstellen en een protocol hanteren. Als een geboortedatum als 1 oktober of 1 januari daarin een rol speelt, is het wel belangrijk dat de school zich daarbij kritisch blijft afvragen of dat wel het beste is gelet op de ontwikkelingsfase van de leerling, tevens welke aanpassingen in het onderwijs dan nodig zijn om tegemoet te komen aan het realiseren van de ononderbroken ontwikkeling. Voor de inspectie bestaat er geen officiële leeftijdsgrens voor de overgang naar groep 3. De inspectie pleit ervoor de doorstroming naar groep 3 uitsluitend te baseren op ontwikkelingsgegevens.

en door de Pater Jan Smitschool in Heerhugowaard, die op p.32 terecht ten voorbeeld wordt gesteld.

Maar laat je vooral niet inspireren door talloze andere passages. In bijlage II van onze brief aan de Tweede Kamer over Doorstroom van kleuters staan zes voorbeelden; ga naar www.wsk-kleuteronderwijs.nl/kerngroep/reactie-wsk-op-doorstroom-van-kleuters/.

 

Toelichting

Het debat van 13 oktober 2016 tussen Dekker en de Tweede Kamer heeft twee delen. We bespreken ze afzonderlijk. De tijden tussen haakjes hebben betrekking op het debat zoals het te volgen is op beta.debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/kleuteronderwijs.

Eerste deel: pluimen op de hoed van het kleuteronderwijs

In het eerste deel (tot 39:10) krijgt het kleuteronderwijs op vele manieren pluimen op de hoed:

  • Erica Ritzema wordt met instemming aangehaald; ‘Een kleuter is geen vaatje dat je kunt volstoppen met kennis’.
  • uit het gedicht van meester Martin ‘Kijk een wat ik kan’ wordt met liefde voorgedragen;
  • een Kamerlid vertelt met grote dierbaarheid en warmte over zijn eigen kleuteronderwijs en kleuterjuf;
  • er wordt op positieve wijze naar de WSK verwezen.

We hadden het allemaal wel even nodig om in het zonnetje gezet te worden! Dank, Kamerleden!

Tweede deel: twee mogelijke beoordelingscriteria zijn van de baan

In het tweede deel (53:48 – 2:09:16) doet Dekker belangrijke uitspraken over twee zaken die het hart van het kleuteronderwijs raken. Het lijkt erop dat de brochure Doorstroom van kleuters en de streefcijfers doubleurs (uitleg volgt) beleidsonderdelen zijn waarop scholen door de onderwijsinspectie beoordeeld gaan worden, maar het blijkt dat scholen op geen van beide beoordeeld mógen worden.

Doorstroom van kleuters: inspiratiebron en niet als iets waarop beoordeeld mag worden

Op 13 oktober wordt de brochure Doorstroom van kleuters door Dekker duidelijk neergezet als een inspiratiebron en niet als iets waarop de onderwijsinspectie scholen mede mag beoordelen. Hij laat zich ten minste vier keer in die geest uit over Doorstroom van kleuters:

  • ‘Het is geen dwingend kader. […] Het is een handreiking. […] Niet met een boodschap van “U, school, u moet nu dit en u moet nu dat”’ (58:20 – 58:50).
  • ‘Dat dient wat mij betreft ter inspiratie’ (1:01:46 – 1:01:51).
  • ‘Waar het om gaat is dat wij scholen bewust willen maken, willen inspireren’ (1:03:30 – 1:03:37).
  • ‘Dit zijn voorbeelden van hoe het ook kan. Doe daar je voordeel mee’ (1:30:59 – 1:31:02).

Streefcijfers doubleurs zijn indicatoren en niet iets waarop beoordeeld mag worden

Op 4 april 2016 schreef Dekker dat het Ministerie en de PO-Raad met elkaar overeen waren gekomen om ‘het aandeel zittenblijvers in de basisschoolperiode terug te brengen van 2,2% in 2013 naar 1,5% in 2020’ (hij betrok daar uitdrukkelijk groep 2 bij); zie www.rijksoverheid.nl/regering/inhoud/bewindspersonen/sander-dekker/documenten/kamerstukken/2016/04/04/kamerbrief-over-het-onderwijs-aan-kleuters. We spreken voortaan kortweg over ‘streefcijfers doubleurs’.

In Dekkers brief staan de streefcijfers doubleurs als een beleidsonderdeel: ‘in het Bestuursakkoord PO is afgesproken het aandeel zittenblijvers in de basisschoolperiode terug te brengen […]. Een groot deel van deze zittenblijvers betreft leerlingen die groep 2 doubleren. We willen dit “verlengd kleuteren” terugdringen’.

Op 13 oktober daarentegen plaatst Dekker de streefcijfers doubleurs in het kader van een verwachting die hij en de PO-Raad hebben, namelijk om te kijken of hun verwachting uitkomt: ze zien er geen norm in waar het basisonderwijs aan moet voldoen maar een indicator voor de houdbaarheid van hun verwachting. Hij laat zich ten minste zes keer in die geest uit over de streefcijfers:

  • ‘Het verminderen van volledige jaren overnieuw doen […] is in mijn ogen niet de doelstelling waar we keihard op moeten sturen, maar die gaat vanzelf naar beneden als we in staat zijn om met zijn allen flexibeler onderwijs vorm te geven, om het onderwijs meer op individuele kinderen tot te spitsen’ (1:05:58 – 1:06:22).
  • ‘Dus ’t is precies andersom gesteld. Wij zeggen niet: “We moeten om wat voor redenen dan ook dat zittenblijven naar beneden brengen”. Ik denk dat dat zittenblijven vanzelf naar beneden gaat als we ervoor zorgen dat dat onderwijs meer wordt toegesneden op de individuele leerling’ (1:06:47 – 1:07:04).
  • ‘Deze doelstelling is erin opgenomen, ook als indicator om te kijken: “Slagen we er nou in om in deze vier jaar meer flexibiliteit en maatwerk in het onderwijs te brengen?”. Want als we daarin slagen, dan verwachten wij dat volledige jaren opnieuw doen […] dat dat zal afnemen’ (1:07:48 – 1:08:11).
  • ‘Het zijn geen soort prestatieafspraken waarin staat: “Als je dit niet haalt, dan krijg je geen geld” of iets dergelijks. Dit zijn gezamenlijke doelstellingen en ambities die we met z’n allen hebben gezet. En één van de indicatoren die kunnen reflecteren dat we in staat zijn om meer maatwerk te bieden, zou wel eens kunnen zijn dat dat zittenblijven wat afneemt’ (1:12:07 – 1:12:30).
  • ‘Heel nadrukkelijk: wij gaan niet met een soort lijstjes langs scholen met “U zit hier op de lat en als u dat niet doet, dan krijgt u minder geld”. Het is heel erg nadrukkelijk die doelstelling afgesproken als: zijn we nou niet in staat om in ons onderwijs meer maatwerk te leveren en een meer ononderbroken leerlijn neer te zetten? En als we daartoe in staat zijn, hoe zouden we dat nou…, waar zouden we dat nou terugzien? En daar hebben we een aantal indicatoren voor in opgenomen. Één ervan is deze. Dus ’t is wel andersom. We beginnen niet met sturen op die cijfers’ (1:54:12 – 1:54:52).
  • ‘Als we daar nou in slagen, wat gebeurt er dan? Dan gaat die indicator, die we met z’n allen hebben afgesproken, die gaat naar beneden. Dus het is eigenlijk heel goed om niet op te stúren, maar wel om het in de gaten te houden omdat het wat zegt over ons totale stelsel. En dat is de manier waarop ik er graag mee om zou willen gaan’ (1:55:27 – 1:55:49).

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *