25 oktober 2016 – Verslag overleg WSK met onderwijs 2032

Op initiatief van de Regiegroep heeft op dinsdag 25 oktober j.l. een gesprek plaatsgevonden tussen de Regiegroep Onderwijs 2032 en de WSK.

Doel van de Regiegroep is om de haalbaarheid en toepasbaarheid van het advies van Onderwijs 2032 in kaart te brengen en dit te rapporteren aan de Staatssecretaris van Onderwijs.

Het belangrijkste doel van de WSK: de inrichting van het kleuteronderwijs óp het ontwikkelingsniveau en niet boven het niveau van de kleuter, zoals dat in de laatste decennia gebeurt.


Aanleiding en context van het gesprek

Tijdens de bijeenkomst is de aanleiding en de context van dit overleg besproken. Op dit moment is de verdiepingsfase van Onderwijs2032 gaande. Deze fase bestaat uit twee trajecten. Ten eerste peilt de Onderwijscoöperatie het draagvlak voor Onderwijs2032 onder leraren. Ten tweede brengt de Regiegroep (voorzitters van de PO-Raad, VO-raad, AVS, Onderwijscoöperatie, LAKS en Onderwijs & Onderwijs) de haalbaarheid en toepasbaarheid van het advies Onderwijs2032 in kaart. Bureau Onderwijs2032 ondersteunt de Regiegroep. De trajecten van zowel de Onderwijscoöperatie als de Regieroep leveren op 16 november a.s. een rapportage op aan staatssecretaris Dekker. De staatssecretaris stuurt de rapportage met een beleidsreactie aan de Tweede Kamer. De Tweede Kamer besluit over de wijze waarop het traject wordt voortgezet.

Bureau Onderwijs2032 is het gesprek met de WSK aangegaan in kader van het traject van de Regiegroep. Bureau Onderwijs2032 heeft in dit gesprek ook de motie Rog c.s. die is ingediend op 9 maart 2016 (TK 31 293, nr. 292) aan de orde gesteld. De motie verzoekt de regering om bij de vervolgstappen van curriculumontwikkeling die verband houden met kleuters, specifieke aandacht te geven aan hun ontwikkelingsfase, bijvoorbeeld door de Werk-/Steungroep Kleuteronderwijs (WSK) te betrekken. De input van WSK neemt Bureau Onderwijs2032 mee in de rapportage aan de staatssecretaris. Het is aan de staatssecretaris om in zijn beleidsreactie hier al dan niet nader op in te gaan. Het is aan de Tweede Kamer om te bezien in welke mate aan de motie in deze fase en bij vervolgfasen uitvoering wordt gegeven.

In dit gesprek licht de WSK de motie nader toe aan Bureau Onderwijs2032 en geven zij aandachtspunten mee voor een vervolgtraject.

 

Aansluiten bij leeftijdsfase of ontwikkelingsfase

De WSK heeft in het gesprek naar voren gebracht dat het huidige onderwijs nog te vaak aansluit bij de leeftijd van het kind in plaats van de ontwikkeling van het kind. De WSK benadrukt dat de ontwikkeling van een kind niet volgens een vast systeem met vaste tijdstippen verloopt. De insteek van het leeftijdsdenken is bijvoorbeeld terug te zien als een school het onderwijs inricht volgens een jaarklassensysteem. Ook komt dit denken terug als leerdoelen en leerlijnen uitgaan van leeftijden in plaats van ontwikkelingsfasen. Het belang van differentiëren in de klas is de laatste tijd wel in opmars, constateert WSK, maar dit kan nog veel bewuster en consequenter – zeker bij kinderen in de kleuterperiode.

Bureau Onderwijs2032 heeft opgemerkt dat het advies en de beleidsreactie zich niet uitlaten over het ‘hoe’, en daarmee alle ruimte laat aan de praktijk om tot een – bij de leerling passend –onderwijsaanbod te komen. De WSK beleeft dit anders: door te focussen op wat op het eind van het basisonderwijs bereikt zou moeten worden aan leerresultaat is de impliciete boodschap dat de school daar zo vroeg mogelijk mee moet beginnen (anders halen de leraren de doelen niet; echter, kleuters zijn daar nog niet aan toe).

 

Doelen van het onderwijs

Over de beoogde leeropbrengsten is gewisseld dat het de ambitie is balans te vinden tussen de drie hoofddoelen van onderwijs: kwalificeren, socialiseren en persoonsvorming. Volgens de WSK dienen deze taken gebaseerd te zijn op psychologische structuren; beleid moet uitgaan van de psychologische ontwikkeling.Er blijkt overeenstemming over het belang van aandacht en ruimte voor creativiteit, ontdekkend en onderzoekend leren en samen problemen oplossen: de verwondering moet niet van kinderen worden afgenomen.

Bureau Onderwijs2032 heef opgemerkt dat het onderkennen van het belang van betekenisvol onderwijs en vakoverstijgende vaardigheden een aanzet geven tot reflectie binnen de school op de inrichting van het onderwijs. Het advies laat zich over de inrichting van het onderwijs verder niet uit: de focus ligt bij de vraag of de opdracht van het onderwijs nog adequaat is voor de toekomst. Afhankelijk van het antwoord komen daar vele vervolgvragen achter weg, bijvoorbeeld over toetsen en toezicht. De WSK is nieuwsgierig naar het nieuwe inspectietoezicht (zoals dat vanaf volgend schooljaar ingaat) omdat daarbij aansluiting gezocht wordt bij de schoolvisie en de schoolpraktijk. Tegelijkertijd zijn zij afwachtend hoe dit in de praktijk zijn uitwerking zal krijgen.

 

Engels in het basisonderwijs

De WSK heeft op 1 oktober 2015 schriftelijk gereageerd op het conceptadvies van het Platform Onderwijs2032. De WSK maakte daar in het bijzonder een punt van Engels in groep 1. Mede op basis van wat de WSK heeft aangedragen, heeft het Platform de passage over Engels vanaf groep 1 geschrapt in het definitieve advies. De WSK vult verder aan dat tot het 12e jaarde sensitiviteit om een tweede taal eigen te maken groot is. De WSK stelt dat het aanbieden van een tweede taal het hoogste rendement heeft bij 10 -12 jarigen. Bureau Onderwijs2032 signaleert dat het vooralsnog aan hard wetenschappelijk bewijs ontbreekt voor de meest geschikte aanvangsfase. Gedeeld wordt de opvatting dat het niet moet gaan om een lesje Engels (dat onder andere gaat ten koste van het vrije spel) maar om onderwijs in het Engels, en dat dit hoge eisen aan de leerkracht stelt. De WSK acht native speakers daarbij onmisbaar. Het is aan de professionals van de school te bepalen op welke wijze en wanneer zij leerstof aanbieden.

 

Vervolg

De WSK geeft mee dat het van groot belang is dat bij de verdere uitwerking van Onderwijs2032 expliciet rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfasen waarin een kind zich bevindt. Verder heeft de WSK aangeboden hun visie op de ontwikkeling van kleuters te delen op eeninspiratiebijeenkomst van de PO-Raad. De heer Weekenborg neemt dit mee naar de PO-Raad.

 

25 oktober 2016 – overleg WSK met onderwijs 2032

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *