Reactie op Smits en Van Koeven (4 april) (PDF-formaat)

Reactie op Smits en Van Koeven (4 april) (PDF-formaat)

19 april 2017.
Geachte mevrouw Smits en mevrouw Van Koeven,

Op 4 april jongstleden heeft u ons laten weten dat u niet in zult gaan op onze brief van 3 april. Wij zijn verbijsterd door die mededeling aangezien de overgrote meerderheid van de kleuterleerkrachten zeer ontevreden is over de kennis en de praktijkervaring van stagiaires en onlangs afgestudeerden van de meeste pabo’s, en helaas valt ook uw pabo daaronder. Het meest recente voorbeeld daarvan is het onderzoek van Kamerlid Michel Rog van 1 maart jongstleden waaruit bleek dat 90% van de ondervraagde 2.828 kleuterleerkrachten wil dat er weer een afstudeerrichting ‘Jong kind’, waarin de psychologische ontwikkeling van het jonge kind centraal staat, komt.1

U verbreekt een gedachtewisseling die u nota bene zelf bent begonnen, op het moment dat verschillende wetenschappelijke visies elkaar raken. U noemt dit ’verschillen van inzicht’. Zo eenvoudig is het echter niet: het gaat hier om wetenschappelijke visies. U mag als wetenschappers alles beweren, maar dient er dan ook de feiten bij te leveren. Niet alleen doet u dat laatste niet maar u kondigt op 4 april aan dat ook niet te gáán doen. U levert achterliggende onderzoeken die uw beweringen (mogelijk) staven, maar gaat niet in op de voor ons, en duizenden kleuterleerkrachten, zo belangrijke punten.
Punten als 1. ‘bestaat leesrijpheid wel (wij) of niet (u)’ en
2. ‘bestaan de ontwikkelingsfasen wel (wij; zie ook onze schets van de fasen voor het
schrijven in onze brief van 3 april) of niet (u)’
blijven nu in de lucht hangen. Juist deze punten worden zo belangrijk gevonden omdat de kleuterleerkrachten hier dagelijks mee te maken hebben. Zij ondervinden in de praktijk dat een kind pas belangstelling voor letters krijgt als het eraan toe is (als het sprongetje is gemaakt in de ontwikkeling) en dat het dan het lezen van letters en woordjes razendsnel oppakt. Wij durven te beweren dat een kind, mits het eraan toe is, in 40 uur kan leren lezen. In uw visie worden kinderen tijdens de kleuterperiode soms wel 200 uren of meer lastiggevallen met letters waardoor men hen de ontdekking en verwondering van de ontdekking van het lezen ontneemt. Verspilling van tijd die beter kan worden besteed aan de basisbehoefte van de kleuter, het vrije spel. De noodzakelijke en opeenvolgende fasen die er, volgens ons, zijn in alle ontwikkelinggebieden, dienen zo goed mogelijk te worden herkend en begeleid. Dat herkennen en begeleiden zou de kerntaak moeten zijn van het onderricht aan studenten die gaan werken met jonge kinderen en niet de eenzijdige aandacht voor de taal- en leesontwikkeling. De kleutertijd beslaat twee van de acht jaar op de basisschool, dit is 25%! In deze periode wordt de basis gelegd voor het schoolse leven dat gaat volgen. Hoe steviger de basis, hoe beter het vervolg.
U houdt een grote onvrede in het land bij stagiaires, onlangs afgestudeerden, kleuterleerkrachten en WSK in stand wanneer u deze discussie niet wilt voeren.

We brengen andermaal onder uw aandacht dat we het op prijs zouden stellen als u beiden met twee of drie leden van de kerngroep van gedachten zou willen wisselen over de door u geciteerde passage uit onze brief van 5 februari. Uiteraard in het belang van goed kleuteronderwijs.
Te uwer informatie: de WSK is uitgenodigd om deel te nemen aan de herijking kennisbasis Generiek. Men verwacht van ons een bijdrage vóór 25 april aanstaande. In onze bijdrage zullen we onze gedachtewisseling en vooralsnog uw voortijdige afbreking daarvan meenemen.

In afwachting van uw reactie.
Met vriendelijke groeten,

De kerngroep van de WSK

cc: Stichting Histos
Noot
1. http://www.wsk-kleuteronderwijs.nl/media/laat-kleuters-weer-kleuteren/, https://www.cda.nl/actueel/nieuws/150449/ en https://www.facebook.com/MichelRogCDA/posts/1906229312967125.
Zie ook het zwartboek ‘Kleuters in de knel!’ dat op 9 april 2013 aan de Tweede Kamer is aangeboden, en de Monitoruitzending van 21 februari 2016; http://www.wsk-kleuteronderwijs.nl/wp-content/uploads/2013/04/Zwartboek-Kleuters-in-de-knel-april-2013-LR.pdf respectievelijk https://www.npo.nl/de-monitor/21-02-2016/KN_1676827.
Tot slot bleek dat alle kleuterleerkrachten die deelnamen aan de veldconsultatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 december 2016 van mening waren dat de pabo’s geen leerkrachten afleveren die startbekwaam zijn voor de onderbouw. Zelfs alle pabodocenten die aan de consultatie deelnamen, vonden dat, zij het iets minder uitgesproken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *